Nieuws

Een boodschap van hoop

Published on
13 april 2021

Als je alleen maar optimistisch bent over versnelling van het verduurzamingsproces in het voedselsysteem, dan denk je alleen maar dat het wel goedkomt. Dan doe je niks, want je vertrouwt erop dat het ‘vanzelf’ gebeurt. Als je alleen maar negatief gestemd bent over de mogelijkheden van transitie dan laat je alle hoop varen en doe je niks om tot verbetering te komen omdat je vindt dat het toch geen enkele zin heeft.

Maar we kunnen het ons niet permitteren niks te doen. De impact van voedsel is veel te groot om op zijn beloop te laten: economisch en ruimtelijk gezien, sociaal-cultureel niet te vergeten en uiteraard ook vanwege de invloed van voedselproductie en consumptiepatronen op het welzijn van dieren, de gezondheid van mensen en de robuustheid van natuur en milieu. We moeten dus ruimte maken voor hoop; ruimte zoeken voor transitie richting meer duurzame praktijken, perspectieven en principes. Er is brede instemming met de stellingname dat business and policies as usual geen optie is, in ieder geval geen toekomstbestendige. Aanmerkelijk minder overeenstemming is er over de te nemen route, over de snelheid van verandering noch over de bestemming die we ons ten doel moeten stellen.

Meerdere transitiepaden, verschillende snelheden en meervoudige doelen – daar zal het wel op uitdraaien. Te meer omdat we niet alleen naar een duurzaam en gezond voedselsysteem toe willen werken, maar ook naar een inclusief voedselsysteem. Een voedselsysteem dat actoren van diverse pluimage representeert. Een voedselsysteem van de toekomst zal pluriform zijn of zal niet zijn. Pluriformiteit betekent dat er gerechtvaardigde plaats is voor vreemde snoeshanen, dwarsdenkers en durfallen. Er zijn meerdere productie- en consumptiewijzen dan de gangbare. Sterker, ‘Transitie naar een Duurzaam Voedselsysteem’ gaat niet op de laatste plaats over het verkennen en verruimen van de mogelijkheden voor alternatieve manieren van produceren en consumeren.

Inclusief betekent niet dat er geen verliezers mogen of zullen zijn. Een transitie kan niet zonder winnaars en verliezers. Waarbij overigens de winnaars van vandaag de verliezers van morgen kunnen zijn en vice versa. Wie vandaag voor gek wordt verklaard is morgen zomaar de gevierde visionair. Daarom ook het belang van draagvlak en weerstand als onderzoeksthema van ‘Transitie naar een Duurzaam Voedselsysteem’. Wie doet mee, wie toont leiderschap? Wie stribbelt mee en wie zet de hakken in het zand en gaat in de contramine? Wat houdt marktpartijen, consumenten of overheden tegen om met meer drang en dwang Nederland voedselland te hervormen? Waar is het enthousiasme op gebaseerd van al die ondernemers en intiatiefnemers die er nu al zijn om te verduurzamen? Welke tradities, welke belangen, welke mens- en wereldbeelden gaan hier achter schuil?

In het zgn. ijsbergmodel, dat we in ‘Transitie naar een Duurzaam Voedselsysteem’ als uitgangspunt nemen, zitten we hier onderaan de ijsberg en gaat het over de diep onder water liggende mental models. Het gaat over de drijfveren van ons doen en laten die maken dat bepaalde ontwikkelingsmogelijkheden van het voedselsysteem worden aangemoedigd en gecultiveerd, terwijl andere worden gefrustreerd en gemarginaliseerd. Het mag duidelijk zijn dat wanneer we de komende jaren gaan nadenken over hoe de transitie naar een duurzaam voedselsysteem is te versnellen, dat hier nogal een basisvraagstuk ligt. Het gaat immers over wat wordt tegengehouden en wat ontplooiingskansen krijgt, wat standhoudt en waar afstand en afscheid van wordt genomen.

Transitie is een onzeker proces zonder uitgestippelde routekaart of voorgeschreven weg. Transitie is twijfel; is dúrven twijfelen. Het is een oude wijsheid dat inzicht en wetenschap beginnen met twijfel. Het gaat er de komende jaren dus ook om twijfel te zaaien – in de hoop inzichten te oogsten. Het gaat er bovenal om ons vast te houden aan de woorden van Seneca: Wanneer je verstandig bent, vermeng je het ene ding met het andere: hoop niet zonder twijfel en twijfel niet zonder hoop.