Interview

‘Kledingindustrie: kies voor nieuwe grondstoffen!’

Polyester van fossiele grondstoffen heeft zijn langste tijd gehad, volgens WUR-onderzoeker Paulien Harmsen. Ze roept de kledingindustrie op om radicaal te vernieuwen met circulair textiel. In het boekje Textiles for circular fashion Part 2 verzamelde ze de opties.

“We praten in de maatschappij volop over duurzame energie en voedsel. Het besef dringt steeds verder door dat we moeten stoppen met het gebruik van fossiele brandstoffen, omdat die eindig en vervuilend zijn. Alleen over materialen hoor je nog veel te weinig,” vindt Paulien Harmsen, onderzoeker bij Wageningen Food and Biobased Research. “Er is nog geen gevoel van urgentie, terwijl er grote vraagstukken liggen over verduurzaming van de kledingindustrie. We hebben nu nog te weinig alternatieven als fossiele grondstoffen uitgefaseerd worden.”

Veel kledingmerken proberen hun imago op te vijzelen met shirts van biologisch katoen of gerecycled plastic. Dankzij rPET, gerecyclede plastic flessen, krijgen de chemische bouwstenen uit drinkflessen een nieuw leven. “De overheid stuurt op dit soort vormen van recycling en dus gebeurt het veel. Maar hier is nog wel wat op aan te merken. Je kunt dit maar één keer doen, daarna kun je er niet opnieuw kleding van maken en ook geen nieuwe flessen”, vertelt Harmsen. Daarom roept ze de kledingsector op tot echte innovatie door te kiezen voor textiel van hernieuwbare grondstoffen. Dat begint bij het erkennen van het probleem.

Herkomst van materialen

Het probleem bevindt zich nog steeds aan het begin van de keten, bij de herkomst van PET, in de textielindustrie bekend als ‘polyester’. Dat is een fossiele grondstof: olie. Hier wordt veel materiaal voor kleding van gemaakt, zoals polyester, elastaan en nylon. Bij andere stoffen voor kleding vormen natuurlijke vezels de basis. Katoen is de bekendste natuurlijke plantenvezel. Een uitzondering is viscose, een semisynthetisch materiaal dat gemaakt wordt uit de bouwstenen van cellulose, meestal verkregen uit hout. Bij de productie ervan wordt geen gebruik gemaakt van fossiele grondstoffen.

Polyester en katoen

Verreweg de meeste kleding wordt gemaakt van polyester of katoen. Beiden hebben gunstige eigenschappen, zoals sterkte en draagcomfort, maar dus ook nadelen. Bij polyester is de fossiele oorsprong het grootste probleem, naast een mogelijk probleem met microplastics die bij het wassen in het water komen. De focus op recycling is volgens Harmsen daarom te beperkt, want dan er zijn alsnog veel fossiele grondstoffen nodig.

Katoen heeft weliswaar geen fossiele oorsprong, maar de textielindustrie is afhankelijk van een beperkt aantal landen voor de teelt ervan. De productie van katoen is bovendien vaak erg vervuilend. Polyester enkel vervangen door katoen is daarom ook geen oplossing om milieuproblemen op te lossen. Bovendien kan katoen in dat geval niet in de wereldwijde vraag naar kleding voorzien, vanwege het beperkte productiegebied.

Eigenschappen

Harmsen doet daarom onderzoek naar andere oplossingen, zoals het gebruik van meer verschillende grondstoffen voor zowel natuurlijke als (semi)synthetische materialen voor kleding. Ze begon met zoveel mogelijk bekende en mogelijke grondstoffen voor kleding systematisch in te delen. Ook bracht ze de eigenschappen en productiemethodes in kaart.

Het resultaat van haar zoektocht publiceerde Harmsen onlangs in een boekje getiteld Textiles for circular fashion: From renewable carbon to fibres. Het is de 25ste uitgave in de serie Groene grondstoffen. In dezelfde categorie waartoe ook viscose behoort, beschrijft ze modal, cupro en lyocell. De categorie met natuurlijke plantvezels is nog een stuk groter. Ook vlas, hennep, jute, ramie, sisal, raffia, kokosvezel en bamboe vallen hieronder.

Welke toepassingen?

“In de categorie plantenvezels zitten stoffen die vroeger veel gebruikt werden, maar minder populair zijn geworden door de komst van polyester, dat een hoger draagcomfort heeft. Een plant vergelijkbaar met het eveneens zachte katoen, met vezels uit de zaden, is er niet.” Toch zijn de andere planten volgens Harmsen wel te gebruiken. Ze pleit ervoor om beter per kledingstukte kijken welke vezel geschikt is. “Voor bijvoorbeeld ondergoed zijn vooral zachte stoffen geschikt, zoals katoen, maar in andere toepassingen zoals jasjes of blouses kun je prima vlas of hennep gebruiken, en voor T-shirts kun je ook ramie toepassen. Een sterke, stevige stof zoals denim kun je prima maken van hennep.”

Mengen

Daarnaast is het ook mogelijk om vezels te mengen om de eigenschappen van het materiaal te verbeteren. Harmsen: “Dat kan met verschillende plantenvezels. Een nadeel is dat recyclen dan lastiger wordt, al kun je nog wel de cellulose gebruiken waaruit de vezels bestaan. Katoen en linnen zijn mechanisch te recyclen. De vezels worden dan wel korter, maar als je ze mengt met een deel nieuwe, lange vezels, dan is recycling mogelijk. Als de vezels te kort zijn geworden, zijn ze alsnog te verwerken tot viscose. Dit gebeurt nog maar heel weinig.”

Fossielvrij polyester

In de toekomst hoopt Harmsen dat er ook een polyester te maken is zonder fossiele grondstoffen en met de juiste eigenschappen voor textiel. Sommige plantenvezels zijn namelijk minder geschikt om direct te verwerken, zoals bij katoen wel kan. Ze zijn te kort of niet sterk genoeg. Dan zijn de kleinere bouwstenen – de afzonderlijke suikers afkomstig van cellulose– mogelijk wel te isoleren en verder te verwerken tot geheel nieuwe vezels. Dit zijn de grondstoffen voor polyesters en andere synthetische stoffen. Harmsen: “Polyester heeft goede eigenschappen. We hoeven niet te stoppen met het gebruik ervan, maar moeten wel andere grondstoffen pakken, volumes reduceren en de levensduur verlengen.”

Plantenvezels onderzoeken

De eigenschappen van al die nieuwe plantenvezels wil Harmsen verder analyseren in het Innovation Lab Biobased Products en het Circular Fashion Lab. “We willen de bestaande industrie laten zien dat er nog meer is dan katoen. Het is belangrijk dat we niet blijven hangen in wat we al kennen en dat een klein beetje aanpassen, zoals de industrie nu vaak doet. We moeten ook echt op zoek naar nieuwe materialen met goede eigenschapen, die op grote schaal te produceren zijn. Daar kunnen we hier in Wageningen aan bijdragen met onze kennis van planten.”

Sinds een paar jaar maakt Harmsen ook haar eigen kleding van fossielvrije materialen. Ze is dus haar eigen proefpersoon om een idee te krijgen van welke stoffen prettig dragen. Het blijkt lastig om haar kast helemaal vrij te krijgen van kleding van fossiele grondstoffen. ‘Ook veel garens zijn van polyester, omdat het sterk is’, vertelt ze. Als het aan Harmsen ligt, zijn zelfs deze stiksels straks van fossielvrij polyester.