Aangespoelde spiering op Urk

Nieuws

Aangespoelde spiering op Urk

Gepubliceerd op
24 april 2018

Op zondag 15 april hebben we poolshoogte genomen van een dag eerder aangespoelde dode spiering op Urk. We hebben de daar op het strandje aangetroffen spiering verzameld, meegenomen voor verder onderzoek en foto’s gemaakt. Het uitgevoerde onderzoek geeft geen echte duidelijke oorzaak van de waargenomen sterfte. De zeer beperkte omvang van de sterfte - eenmalig en alleen bij Urk – zien wij niet als alarmerend.

Rand aangespoelde spiering

Over enkele tientallen meters lag een rand aangespoelde spiering. Noordwaarts, aangrenzend aan het strandje, lagen her en der verspreide spieringen tussen de stenen. Langs de dijk circa drie kilometer ten noorden van Urk lag zeer verspreid een enkele dode spiering. Ook langs de dijk bij Lelystad was dit het geval. De dag van de stranding en de dag ervoor stond er een westenwind met windkracht drie. Naast spiering zijn we maar een andere vissoort (pos, een exemplaar) tegengekomen. Navraag op andere plekken (Friese IJsselmeerkust) leverde ook geen andere waarnemingen op.

De verzamelde spiering is vervolgens door Wageningen Marine Research onderzocht waarbij we de volgende vijf aspecten meegenomen hebben:

  1. Uiterlijke kenmerken; dr. ing. Olga Haenen (hoofd Nationaal Referentielaboratorium Vis-, Schaal- en Schelpdierziekten van de Wageningen Universiteit) heeft de foto’s bestudeerd
  2. Conditie; de verhouding tussen lengte en gewicht zegt iets over de conditie. De conditie kan vergeleken worden met spiering gevangen tijdens de najaarssurvey
  3. Geslachtsverhouding
  4. Paaistadium
  5. Waterkwaliteit / chemische analyses

Mogelijke verklaring sterfte na de paai gecombineerd met een waterkwaliteitsfactor

Bij dode vissen is het eigenlijk niet mogelijk om een eventuele ziekte/infectie vast te stellen, omdat dode vis meteen allerlei postmortale bacteriën bevatten. Voor diagnostiek is levende of zeer verse vis nodig. De wittige, schimmelachtige aangroeisels (zie foto’s) kunnen mogelijk wijzen op een flavobacterie (uitwendige infectie) die gewoon in het water zit. Bij verminderde weerstand kan die de vis aantasten. Met daarop dan nog schimmel, Saprolegnia, die ook in het water voorkomt en op aangetaste huidplekken gaat zitten. Bij spiering in het algemeen komt een herpesvirus (een spieringvariant, niet gevaarlijk voor mensen) voor. Deze ziekte heet Epizootic Epidermal Papillomatosis, die zich uit door tumoren aan de bek van de spiering. Dit hebben we niet waargenomen. De bruinige plekken wijzen mogelijk op aanhechting van bruinige vloeistof; wellicht olie ?

Een mogelijke verklaring voor de doodsoorzaak volgens dr. ir. Olga Haenen is sterfte na de paai (bekend van salmoniden), mogelijk gecombineerd met een waterkwaliteitsfactor (zuurstoftekort, bruinige vloeistof?). Door eventuele paaiuitslag zijn er al huidbeschadigingen ontstaan. Hierdoor is de vis gevoeliger geworden door bovengenoemde infecties. Daarbij komt dat het weer lang koud is geweest en het vervolgens snel warm werd. Wellicht dat de vissen hierdoor te snel opgewarmd zijn. Dit geeft stress en mogelijk is bovengenoemd proces daardoor verergerd.

Onderzochte spiering; uitgepaaide mannetjes op een na

Op basis van de verzamelde vis is van 87 spieringen de lengte-gewicht relatie bepaald. De spieringen varieerden tussen 7 en 9,5 cm (gemiddeld 7,8 cm) in lengte. Opvallend was dat alle onderzochte spieringen mannetjes waren en op een na waren ze allemaal uitgepaaid. Mannetjes vertonen paaiuitslag en blijven langer in de paaigebieden dan vrouwtjes. De conditie was lager dan we normaal meten in het najaar in het IJsselmeer en Markermeer (figuur 1). Dat is ook niet verwonderlijk gezien het feit dat ze net gepaaid hebben en ze al een dag op het strandje lagen.

Figuur 1. Lengte-gewichtrelatie voor de spiering verzameld op Urk in april vergeleken met IJsselmeer en Markermeer in oktober (periode 1991-2016, alleen mannetjes).
Figuur 1. Lengte-gewichtrelatie voor de spiering verzameld op Urk in april vergeleken met IJsselmeer en Markermeer in oktober (periode 1991-2016, alleen mannetjes).

Spieringstand stabiel in 2017

Zoals elk jaar is ook in najaar 2017 de spieringstand onderzocht middels de jaarlijkse bemonstering. Daarbij worden op het IJsselmeer 28 stations en op het Markermeer 14 stations bemonsterd. De spieringstand (aantallen/ha) liet in 2017 op het IJsselmeer een kleine stijging en voor het Markermeer een kleine daling ten opzichte van 2016 zien (figuur 2).

Analyse waterkwaliteit nog niets opgeleverd en chemische analyses niet uitgevoerd

Navraag of mogelijk een chemische vervuiling heeft plaatsgevonden die lokaal voor sterfte heeft gezorgd, heeft nog niets opgeleverd, maar kan niet geheel uitgesloten worden. Van de spiering met bruinige vlekken is niet duidelijk of dat voor of na het aanspoelen op het strand is ontstaan. Chemische analyses zonder indicaties van om welke stoffen het mogelijk gaat, is zoeken naar een speld in de hooiberg. Gezien het lokale karakter en beperkte omvang van de sterfte (eenmalig, alleen bij Urk) is hier vooralsnog van afgezien.

Figuur 2. Spieringstand zoals gemeten in elk najaar in IJsselmeer en Markermeer.
Figuur 2. Spieringstand zoals gemeten in elk najaar in IJsselmeer en Markermeer.

Met dank aan Jan van der Winden, ecology research & consultancy.