Aanwezigheid primaire sector van belang voor Nederlands agrocluster

Nieuws

Aanwezigheid primaire sector van belang voor Nederlands agrocluster

Gepubliceerd op
26 mei 2015

Het agrocomplex kent een tipping point: de minimale primaire productieomvang die nodig is voor het innoverend vermogen van de toeleverende en verwerkende industrie . LEI Wageningen UR heeft verkend wat er gebeurt met de toegevoegde waarde en werkgelegenheid van het agrocomplex als een deel van de primaire productie wegvalt. In alle drie de onderzochte sectoren is aanwezigheid van de primaire sector van belang, echter het kantelmoment verschilt. De varkensketen kan niet zonder nationale basis en ook in de sierteelt wordt nabijheid van productiebedrijven van groot belang geacht. Voor de aardappelteelt is nauwe samenwerking met het hele kenniscomplex essentieel.

In de varkenshouderij opereren de fokkerijorganisaties internationaal, maar zij kunnen niet zonder nationale basis. Als de primaire productie verdwijnt, is het aannemelijk dat de varkensfokkerij geen bestaansrecht meer heeft in Nederland. De sector zal dan verschuiven naar buurlanden. Voor uitsnijderijbedrijven zijn de gevolgen minder groot omdat zij met name met importvlees werken. De vleesindustrie en de dienstverlening (dierenartsen, veehandelaren) zullen in deze keten krimpen.

Nauwe samenwerking met het gehele kenniscomplex is voor de aardappelsector onmisbaar. Cluster volgt hier teelt: als de primaire productie van pootaardappelen elders komt te liggen, zullen handelshuizen hun kernactiviteiten mee verplaatsen, en daarmee de verwerkers. Een daling van de teelt van industrie- en zetmeelaardappelen zal op den duur ook leiden tot het verplaatsen van de verwerkingscapaciteit.

In de sierteelt zijn de laatste jaren het areaal en het aantal productiebedrijven al sterk afgenomen. Nederlandse productie-, handels-, en veredelingsbedrijven hebben vestigingen in Afrika geopend. Dit heeft effect op de innovatiekracht van de sector. Veredeling en vermeerdering zijn in de sierteelt in de meeste gevallen gecombineerd op hetzelfde bedrijf, waarbij de vermeerdering voornamelijk in het buitenland plaatsvindt en het moederbedrijf in Nederland gevestigd is. De veredelingsactiviteiten vinden nog wel voornamelijk in Nederland plaats, mede door vooraanstaande onderzoeks- en kennisinstellingen zoals Wageningen UR. Als het productieareaal nog verder terugzakt, heeft dit wel gevolgen voor de veredelingsbedrijven. Waar het tipping point precies zit, is moeilijk aan te geven.

De kracht van het agrocomplex zit in de samenwerking tussen de ketenschakels. De nabijheid van de primaire sector kan als motor fungeren voor innovaties in de andere schakels van de keten, zoals de toelevering of de verwerking. Door de nabijheid van de primaire sector, kunnen product(ontwikkelingen) worden getest op primaire bedrijven. Enige kritische omvang van de primaire sector is daarbij noodzakelijk, maar deze omvang is moeilijk te kwantificeren.