Nieuws

Aanzienlijke overschatting van koolstofopname in de poolregio

Gepubliceerd op
4 juli 2014

Vanwege de veel geringere fotosynthese kan mos slechts ongeveer een derde van de primaire brutoproductie (gross primary production, GGP) genereren ten opzichte van vaatplanten. Het is daarom essentieel om mos in onderzoeken naar de koolstofcyclus in de poolregio te onderscheiden van hogere plantsoorten. Een team onder leiding van Wenping Yuan (Beijing Normal University) en bestaand uit Eddy Moors (Alterra), Michiel van der Molen (Wageningen Universiteit) en collega's toont aan dat het verschil in fotosynthetische capaciteit tussen deze twee plantfunctionele typen nooit expliciet is opgenomen in schattingen naar de regionale primaire brutoproductie in de poolregio, wat heeft geleid tot een aanzienlijke overschatting.

Gebaseerd op gegevens van fluxmasten (vergelijkbaar met waarden die bijvoorbeeld zijn gemeten op de Loobos locatie), bespreken ze in Nature Communications de relatie tussen de bijdrage van mos aan de op satellietgegevens gebaseerde vegetatie-index en het hieruit afgeleide GPP-model. Deze op satellietgegevens gebaseerde normalized difference vegetation index (NDVI)wordt gebruikt om de primaire brutoproductie (gross primary production, GPP) te schatten en omvat vaak de bijdrage van zowel mos als vaatplanten in ecosystemen in de poolregio. Vanwege de geringere fotosynthetische capaciteit kan mos voor dezelfde NDVI echter slechts ongeveer een derde van de GPP produceren ten opzichte van vaatplanten.

Ecosysteemproductiviteit in noordelijke ecosystemen

Ze ontdekten tevens dat de bestaande aanzienlijke invloeden van verstoringen van de ecosysteemstructuur en -samenstelling vaak een aanvullende invloed hebben op de ecosysteemproductiviteit in noordelijke ecosystemen, die echter vaak over het hoofd wordt gezien. Verstoringen veranderen de bosstructuur en de samenstelling van de vegetatie en veroorzaken hogere mosbedekking onder jong gewas. Temperatuurstijging in zeer noordelijk gelegen streken heeft geleid tot goed gedocumenteerde toename in frequentie, intensiteit, seizoensgebondenheid en mate van verschillende verstoringen, zoals branden en insectenplagen. Naarmate de opwarming en verdroging voortzetten, zullen deze tendensen waarschijnlijk doorzetten. De effecten van verstoringen die veranderingen in het gewas veroorzaken, zoals brand en houtkap, zijn in het verleden mogelijk onderschat. Deze kunnen leiden tot verandering in de leeftijdsstructuur van het bos en de bijdrage van mos aan het ecosysteem-GPP. Om de effecten van verstoringen van de koolstofcyclus en het wereldklimaat adequaat te kunnen beoordelen, is het essentieel dat deze structurele en functionele veranderingen in noordelijke ecosystemen worden opgenomen in regionale modelkaders.