Achteruitgang bospaddenstoelen veroorzaakt door stikstofdepositie

Nieuws

Achteruitgang bospaddenstoelen veroorzaakt door stikstofdepositie

Gepubliceerd op
29 oktober 2015

Het aantal paddenstoelen in de Nederlandse bossen neemt nog steeds af, liet het Centraal Bureau voor de Statistiek onlangs weten. Vooral mycorrhizavormende soorten, die in symbiose leven met bomen, doen het slecht. Het CBS wijt de daling van deze paddenstoelensoorten onder andere aan het stikstofgehalte in de bodem. Wim Ozinga (Alterra) en Thom Kuyper (Wageningen University) schreven een overzichtsartikel over de effecten van stikstof op mycorrhizavormende paddenstoelen.

Het aantal vliegenzwammen is in de periode 1999-2014 met 63 procent afgenomen blijkt uit het paddenstoelenmeetnet van het CBS en de Nederlandse Mycologische Vereniging. Deze afname was bij het eekhoorntjesbrood 39 procent. De cantharel laat vooral de laatste 10 jaar een dalende trend zien. Ook veel andere mycorrhizapaddenstoelen werden minder waargenomen. De reuzenzwam daarentegen, die als parasiet verzwakte bomen (vooral beuken) infecteert lijkt de laatste jaren aan een opmars bezig, aldus het CBS.

In hun bijdrage voor het Vakblad Natuur Bos Landschap schreven Ozinga en Kuyper dat er inderdaad een oorzakelijk verband is tussen stikstofdepositie en het voorkomen van mycorrhizapaddenstoelen. "Hoge stikstofgehaltes in de bodem leiden tot een sterke afname van de abundantie en diversiteit aan mycorrhizaschimmels en dit kan doorwerken in het hele ecosysteem.”

Mycorrhizapaddenstoelen spelen in bossen een belangrijke rol bij onder andere de nutriëntenkringloop, de vastlegging van koolstof en de natuurlijke regeneratie van bomen. De meeste mycorrhizaschimmels hebben een voorkeur voor stikstofarme bodems. De hoge stikstofdepositie heeft lokaal geleid tot een afname met wel 90 procent van de hoeveelheid ondergrondse schimmeldraden en vruchtlichamen. Veel soorten die in Nederland grotendeels uit middeloude bossen verdwenen zijn komen in gebieden met een lage stikstofuitstoot in het buitenland nog wel voor in oudere bossen. Met name de bodem speelt daarbij een belangrijke rol. Door de stikstofdepositie neemt de beschikbaarheid van anorganische stikstof in de bodem toe, met als gevolg een remmend effect op de groei van de meeste mycorrhizaschimmels, zowel via ammonium als via nitraat. Bij ligninerijk strooisel (den, eik, beuk) leidt stikstofdepositie tot de ophoping van stikstofrijk bladstrooisel met voor mycorrhizaschimmels giftige polyfenol-stikstofcomplexen.

Wim Ozinga: “Ten opzichte van de jaren tachtig is de stikstofdepositie afgenomen en parallel hieraan is er bij sommige soorten sprake van een voorzichtig herstel. Dit herstel treedt echter vooral op in lanen en wegbermen (waar de strooiselophoping vaak gering is) en niet of veel minder in bossen. Hier kunnen de vermestende effecten van stikstofrijk strooisel nog zeer lang na-ijlen in de bodem. De grote uitdaging voor het beheer van vermeste en verzuurde bosecosystemen is het doorbreken van deze vicieuze cirkel. Het is echter niet alleen kommer en kwel: In diverse gebieden zijn nog locaties te vinden met een minder stikstofrijke bodem en een hoge diversiteit aan mycorrhizapaddenstoelen. Hiervoor geldt ‘voorkomen is beter dan genezen’. In ons OBN rapport ‘Paddenstoelen in het natuurbeheer’ staan per natuurtype handvatten voor het behoud en herstel van de diversiteit aan paddenstoelen. Een belangrijke randvoorwaarde hierbij is echter een verdere afname van de stikstofuitstoot.”