Afscheidsrede Tiny van Boekel: Food, facts and fiction

Nieuws

Afscheidsrede Tiny van Boekel: Food, facts and fiction

Gepubliceerd op
2 juli 2019

Als student vertrok hij in 1970 naar Wageningen. 49 jaar later, op 20 juni 2019, nam Tiny van Boekel in de aula van Wageningen University & Research afscheid als hoogleraar Voedseltechnologie. Daarmee kwam er een eind aan het actieve hoogleraarschap van een gerenommeerd wetenschapper, die bij velen geliefd was maar ook heftige publieke reacties opriep.

Als de voedselindustrie het eerlijke verhaal vertelt, neemt het wantrouwen af.
Tiny van Boekel

In zijn afscheidsrede ‘Food, facts and fiction’ stelde Van Boekel dat honderd jaar voedseltechnologie ons veel goeds heeft gebracht. “Ons voedsel is over het algemeen van hoge kwaliteit, veilig en aantrekkelijk, terwijl het relatief weinig kost en gemakkelijk te gebruiken is. Tegelijkertijd is de publieke perceptie dat het allemaal níet goed gesteld is met ons voedsel. Er zit discrepantie tussen de perceptie van het algemeen publiek en wetenschappelijke inzichten.”

De scheidend hoogleraar merkte dat zelf meermaals aan den lijve, te beginnen in 2001 toen hij in De Volkskrant stelde dat ‘processed food’ niet slechter is dan wat mensen beschouwen als ‘natuurlijk voedsel’. In 2016 brak de hel los toen hij in een interview zijn statement herhaalde dat er niets mis is met food processing. De reacties op social media waren heftig, variërend van ‘ophangen, die vent’ tot een reactie waarin gesuggereerd werd dat Van Boekel was omgekocht door de voedselindustrie.”

Voedsel, feiten en fictie

Volgens Van Boekel draait het allemaal om de vraag hoe je feiten van fictie onderscheidt. “Als iemand een pen laat vallen, valt die op de grond. Dat kunnen we met een gerust hart een feit noemen. Met voedsel ligt het gecompliceerder, als het gaat om de consumptie van voedselproducten met veel verzadigd vet. Cholesterolniveaus in het bloed veranderen dan, maar, belangrijk, tussen mensen zullen die niveaus variëren. Die variatie veroorzaakt onzekerheid. Kun je vervolgens zeggen dat consumptie van verzadigd vet de gezondheid schaadt? Nou, dat is ook niet zo duidelijk, want dat hangt ook af van hoeveel verzadigd vet die iemand eet of in welk voedsel het vet aanwezig is.”

Publiek is geneigd onzin te geloven

Als wetenschapper gebruikte hij altijd de stelling van Bayes om de waarschijnlijkheid van hypotheses te toetsen. Die stelling laat altijd ruimte voor twijfel. Mede daarom stoort hij zich aan de vele ongefundeerde claims op voedselverpakkingen. Als voorbeeld noemde hij de claim dat chitosan vet bindt, waardoor het lichaam het niet meer kan gebruiken. “Toen ik de wetenschappelijke referentie opzocht, bleek er absoluut geen bewijs voor de hypothese te zijn. Wat het zorgelijk maakt, is dat veel mensen geneigd zijn dit soort onzin te geloven.”

Hij stoort zich ook aan het type fictie waarmee marketeers en reclamemensen voedselproducten afficheren. “Zij suggereren dat voedsel ambachtelijk wordt geproduceerd, als in grootmoeders tijd. Terwijl juist hightech productie de veiligheid en kwaliteit van voedsel waarborgt. Waarom zouden we daar niet trots op zijn?” Zijn kritiek op de voedselindustrie is vooral het gebrek aan een eerlijk verhaal over wat voedsel wordt gedaan en waarom het op die manier gebeurt. Het resultaat is grootschalig wantrouwen en de perceptie dat de industrie alleen geld wil verdienen op kosten van de consument. Als het eerlijke verhaal wordt verteld, zal het wantrouwen geleidelijk afnemen.”

Ogen niet sluiten voor problemen

Hij sloot af met een oproep: “Laten we niet weggooien wat de ontwikkelingen ons de afgelopen eeuw hebben gebracht dankzij wetenschap en technologie. Maar laten we ook onze ogen niet sluiten voor de nieuwe problemen die we hebben gecreëerd. De overdaad aan voedsel, resulterend in een wereldwijde stijging van niet-overdraagbare ziekten, de impact van voedselproductie op het milieu en de noodzaak om binnen enkele decennia 9 miljard mensen te voeden: het zijn enorme uitdagingen. Ik denk dat we de tools hebben om die uitdagingen het hoofd te bieden. Niet alleen door technologie, maar ook door sociale innovatie: wat streven we als maatschappij na met ons voedselsysteem?”