Arjan de Visser awarded Human Frontier Science Program (HFSP)

Nieuws

Arjan de Visser haalt beurs binnen van Human Frontier Science Program (HFSP)

Gepubliceerd op
24 maart 2015

Evolutiebioloog Arjan de Visser van Wageningen University heeft samen met drie internationale partners een beurs binnengehaald van het Human Frontier Science Program (HFSP). De beurs van 1.35 miljoen dollar is bedoeld om bacterie-interacties en bacterie-evolutie te onderzoeken in micro-ecosystemen: nanodruppeltjes van 100 nl.

De onderzoekers krijgen de beurs voor hun onderzoek 'Interrogating bacterial social interactions in droplets'. Daarin kijkt het team naar stoffen die door micro-organismen worden uitgescheiden en de evolutionaire impact van die stoffen op andere micro-organismen die in de nabijheid leven. De Visser werkt bij het onderzoek samen met groepen uit heel verschillende disciplines, die afkomstig zijn van het New Zealand Institute for Advanced Study van Massey University in Nieuw Zeeland, het Laboratory of Colloïds and Dispersed Materials van ESPCI ParisTech en het Department of Chemical Engineering van Technion in Israël.

Druppelsysteem

'Interrogating bacterial social interactions in droplets'

Het internationale team maakt gebruik van computermodellen en een geavanceerd druppelsysteem waarmee ‘micro-ecosystemen’ gemaakt en gevolgd kunnen worden. Ieder ecosysteem is een druppeltje van maar 100 nanoliter en ieder druppeltje kan een specifieke samenstelling krijgen. De druppeltjes worden elke 10 minuten langs sensoren geleid, waardoor de groei van micro-organismen in de micro-ecosystemen continu gevolgd kan worden.  Na een experiment kunnen specifieke druppeltjes geselecteerd worden en ‘overgeënt’ worden naar nieuwe druppels. Daardoor kan de evolutie over vele generaties plaatsvinden en kunnen honderden micro-ecosystemen tegelijkertijd gevolgd worden.

Extracellulaire stoffen

De Visser en zijn collega’s  zijn in het bijzonder geïnteresseerd in twee extracellulaire stoffen. De eerste stof is een enzym dat antibiotica afbreekt waardoor de bacterie, die het enzym maakt en uitscheidt, resistent is tegen het antibioticum. De tweede extracellulaire stof helpt bacteriën bij opname van ijzer.

Deze twee stoffen hebben ieder een heel andere impact op de ‘fitness’ van de bacteriën. De vraag is wat de impact van de stoffen is op soortgenoten in de directe omgeving; hoe beïnvloeden deze interacties de evolutie?