Persbericht

Aziatische genen in Europese varkens zorgen voor meer biggetjes

Gepubliceerd op
22 juli 2014

Varkens die in Europa commercieel worden gefokt blijken een zeer divers mozaïek te hebben van Europese en Aziatische genvarianten. Met name de Aziatische genen zorgen voor een groot aantal biggen binnen de Europese varkensrassen. Onderzoekers van Wageningen Universiteit leggen in het laatste nummer van het wetenschappelijk tijdschrift Nature communications uit dat een aantal belangrijke kenmerken van Europese varkens een Aziatische oorsprong hebben. Eerder toonden ze aan dat de genetische diversiteit onder de commerciële varkens groter is dan binnen de huidige populaties wilde zwijnen.

Het varken zoals we dat nu kennen heeft een lange historie sinds de oorspronkelijk onafhankelijke domesticatie van het wilde zwijn in Europa en Azië zo’n 10,000 jaar geleden. Deze domesticatie resulteerde in Europese en Aziatische varkensrassen met zeer verschillende eigenschappen en uiterlijk. De commerciële Europese varkens bevatten DNA dat afkomstig is uit Azië. Volgens de onderzoekers is de genetische diversiteit binnen de commerciële varkens hierdoor groter dan die in huidige wild zwijn populaties.

Chinese varkens

Het Wageningse onderzoek heeft aangetoond dat verschillende stukken van het genoom van commerciële varkens veel meer lijken op Chinese varkens dan op Europese wilde zwijnen. ‘Op het eerste gezicht lijkt dat verwonderlijk, omdat varkens in Azië en in Europa zo'n tienduizend jaar geleden onafhankelijk van elkaar gedomesticeerd zijn en je dus zou verwachten dat er geen sporen van Aziatisch DNA aanwezig zou zijn in Europese varkens.’, zegt prof. Martien Groenen, onder wiens leiding het onderzoek heeft plaats gevonden.

In Nature leggen hij en zijn collega’s uit dat dit zijn oorsprong heeft in Engeland, eind 18de begin 19de eeuw. Tijdens de Industriële Revolutie, was er namelijk een sterke stijging in de behoefte aan varkensvlees en varkenshouders in met name Engeland zagen dat Aziatische varkens kenmerken hadden die zij in hun eigen varkens wilden verbeteren. Chinese varkens waren in het algemeen veel vruchtbaarder en vetter dan hun Europese soortgenoten. Daarom hebben fokkers destijds een aantal Chinese individuen geïmporteerd en gekruist met hun eigen, Europese, varkens.  De grotere genetische diversiteit binnen de huidige commerciële varkensrassen, is dus het resultaat van kruisingen tussen Europese en Chinese varkens zo’n tweehonderd jaar geleden.

Sterke selectie op kenmerken als vruchtbaarheid en vetaanzet van de Aziatische varkens heeft er vervolgens voor gezorgd dat sommige stukjes Aziatisch DNA nog steeds aanwezig zijn in de Europese varkens. Een voorbeeld is het AHR gen, waarvan veel Europese varkens de Aziatische variant bezitten. Zeugen met het Europese gen krijgen significant minder biggetjes dan dragers van de Aziatische variant.