BIS Nederland Symposium: bodeminformatie voor alles en iedereen

Nieuws

BIS Nederland Symposium: bodeminformatie voor alles en iedereen

Gepubliceerd op
23 maart 2015

Tijdens het Alterra-symposium 'Bodemdata in BIS Nederland’ kwamen de laatste trends en ontwikkelingen op het gebied van bodemdata aan bod. Bodemdata zouden beschikbaar moeten zijn voor iedereen, zo stelde Maarten Kool van de EZ-directie Agro en Natuur. Maar hoe? Daarover werd de mening van de deelnemers gevraagd.

De deelnemers kregen tijdens inhoudelijke deelsessies steeds vier vragen voorgelegd: wat is het belang van bodemdata, wie hebben er belang bij, hoe moet het Bodeminformatiesysteem (BIS) data aanleveren, en zijn gebruikers bereid voor data te betalen? De antwoorden liepen uiteraard uiteen, maar er zit wel een rode draad in.

Over één ding waren alle deelnemers het eens: of het nu gaat om ruimtelijke adaptatie, landbouw, natuur, bodemdaling of structuurvisies, zonder bodemdata is het niet mogelijk om adequaat beleid te maken. Bodemdata zijn essentieel bij het vertalen van de natuurlijke eigenschappen van een gebied in functionaliteiten. Daarmee kun je bepalen of een gebied voor een bepaalde functie geschikt is of niet. Informatie van bodemkaarten wordt gezien als zeer betrouwbaar, als informatie waarmee je verantwoord beleid kunt maken. En de data worden heel vaak gebruikt als basisgegevens voor modelberekeningen.

Al die informatie zit in BIS Nederland. Als belangrijk aandachtspunt daarbij werd geconstateerd dat informatie van de stedelijke bodem ontbreekt, terwijl die wel zeer relevant is. Er is veel bodeminformatie bij gemeenten, en het wordt als verantwoordelijkheid van die gemeenten gezien om de informatie aan BIS toe te voegen. Dat moet wel, als harde voorwaarde, op een uniforme wijze gebeuren. Daarom moet de rijksoverheid daarop regie voeren, volgens de deelnemers.

De deelnemers vonden verder dat bij het verzamelen en ontsluiten van die data twee categorieën onderscheiden moeten worden: basisinformatie (voor iedereen vrij toegankelijk), en specifieke informatie (op de gebruiker toegesneden informatie waarvoor betaald zou moeten worden). Voor dat laatste zagen zij volop mogelijkheden. Bij concrete inrichtings- of adaptatieprojecten zullen belanghebbenden zeker bereid zijn te betalen omdat de opbrengsten in de zin van snelheid van werken en betrouwbaarheid ruimschoots opwegen tegen de kosten. “Daar zal de markt zijn werk doen.” Ook werd gedacht aan het ontwikkelen van commerciële apps waarmee gebruikers eenvoudig toegang tot voor hen relevante data kunnen krijgen. Enige publiciteit daarvoor werd wenselijk geacht, want “veel partijen hebben geen weet van het bestaan van bodemgegevens”.