Nieuws

Baten en kosten gedeeltelijke sluiting visserij Friese Front en Centrale Oestergronden

Gepubliceerd op
23 maart 2016

Een verbod op visserij in delen van het Friese Front en Centrale Oestergronden leidt tot verschillende ecologische baten en economische kosten, afhankelijk van de gekozen ruimtelijke invulling. Het weren van vissers is bedoeld om de benthische gemeenschappen – organismen die zowel op en net onder de zeebodem leven – te beschermen. LEI Wageningen UR heeft samen met IMARES Wageningen UR de kosten en baten van zes mogelijke varianten bepaald en geeft daarmee een basis voor discussie tussen vissers, ecologen en beleid.

De Europese Commissie heeft bepaald dat 10-15% van de oppervlakte van het Nederlandse deel van de Noordzee moet worden beschermd. Deze oppervlakte moet worden verdeeld over ‘karakteristieke habitats’. Het Friese Front en de Centrale Oestergronden bevatten deze karakteristieke habitats. Zij vormen een aanvulling op de eerder aangewezen Natura 2000-gebieden (zoals de Doggersbank en de Nederlandse kustzone). Deze gebieden beschermen samen al 8,5% van de totale oppervlakte van het Nederlandse deel van de Noordzee.

De studie geeft een overzicht van ecologische waarde, en van kosten voor de visserij, monitoring van de natuurlijke ontwikkeling en handhaving. Ook geeft de studie een kwalitatieve beschrijving van de sociale effecten van sluitingen voor de visserij. De toekomstige kosten en baten zijn onzeker en worden in grote mate bepaald door externe ontwikkelingen en de prioriteiten in het beleid. Specificaties in omvang, de ruimtelijke ligging van de sub-gebieden van de varianten en het meewegen van aanvullende kenmerken leiden tot verschillen in de uitkomsten; dit geldt voor de visserijactiviteiten en voor de ecologische waarde. Over het algemeen kan worden geconcludeerd dat hoe groter het te sluiten gebied hoe groter de baten en de kosten zullen zijn.