Belang biodiversiteit voor boer groter dan gedacht

Nieuws

Belang biodiversiteit voor boer groter dan gedacht

Gepubliceerd op
6 september 2018

In de reguliere landbouwpraktijk wordt veel aandacht besteed aan de kwaliteit van het uitgangsmateriaal, de bodemkwaliteit, bemesting, onkruidbestrijding en dergelijke. Opvallend weinig aandacht wordt tot op heden besteed aan het belang van ecosysteemdiensten. Onderzoek van Thijs Fijen van Wageningen University & Research en collega’s laat nu het belang zien van wilde bestuivers bij regulier agrarisch beheer. Hij toont dat aan voor de productie van preizaden, maar zijn bevindingen zijn waarschijnlijk voor heel de reguliere landbouw relevant.

De onderzoekers hebben, in een gezamenlijk project met groentezaadveredelingsbedrijf BASF Vegetable Seeds, in 36 commerciële productievelden in Frankrijk en Italië gekeken naar de productie van preizaden. Dat bestuivers belangrijk zijn voor veel gewassen, is al eerder aangetoond. Daarnaast is natuurlijk een vitale plant nodig. In de studie, die gepubliceerd wordt in Ecology Letters, is gekeken hoe belangrijk die beide factoren zijn ten opzichte van elkaar.

“Uit ons onderzoek blijkt dat wilde bestuivers minstens even belangrijk zijn voor de opbrengst van het perceel als de vitaliteit van de planten,” zegt hoofdonderzoeker Thijs Fijen. “Dat was voor ons ook een opvallende bevinding. Dan is het eigenlijk op zijn minst vreemd dat er in de agrarische sector nog zo weinig aandacht gegeven wordt aan de bescherming van wilde bestuivers.” Hommels en andere wilde bijen bleken het belangrijkste. Hoogleraar David Kleijn, mede-auteur van het artikel en promotor van Fijen: “De planten werden wel bezocht door honingbijen, maar die zorgden niet voor meer bestuiving, terwijl hommels dat duidelijk wel deden.”

Ook Fijen benadrukt het belang van hommels: “Hommels zijn ontzettend belangrijk voor veel gewassen, waarschijnlijk door hun grote harige lichaam. Ik wil volgend jaar ook gaan kijken hoe belangrijk hommels zijn voor lupine, een plant waarvan de peulen worden gebruikt voor bijvoorbeeld vleesvervangers.” Fijen is daarvoor een crowdfundingsactie begonnen. “Het telen van lupine in Nederland is een win-win situatie: lagere ecologische voetafdruk en meer voedsel voor hommels.” Fijen hoopt in het voorjaar van 2019 zijn promotieonderzoek aan Wageningen Universiteit af te ronden.

Partner in het project is BASF Vegetable Seeds, die haar zaden onder de merknaam Nunhems op de markt brengt. Om te zorgen dat het hele jaar door prei te koop is, zijn er tal van hybriderassen ontwikkeld. “Elke hybride heeft zijn eigen kwaliteiten, zoals winterhardheid of mate van ziekteresistentie. Maar het is nog niet zo makkelijk om van elk hybrideras genoeg zaden van goede kwaliteit te produceren, en we hadden een vermoeden dat bestuivers hier een rol in speelden,” zegt Martje Notten, onderzoekster bij BASF (niet betrokken bij het gepubliceerde onderzoek). “We weten nu voor vijf verschillende lijnen hoe belangrijk bestuivers zijn voor de zaadproductie. In een volgende stap willen we gaan kijken hoe we die bestuivers effectief kunnen bevorderen.”

Hoewel de bevindingen van het onderzoek alleen over zaadproductie van prei gaan, zijn de resultaten vermoedelijk veel breder van belang. “Je kunt je afvragen wat dit betekent voor de landbouw in het algemeen,” zegt David Kleijn. “Voor de meeste gewassen zal de bijdrage van wilde bestuivers wellicht wat minder groot zijn dan die in onze studie van prei, maar ik heb wel het gevoel dat het belang van wilde bestuivers en dus biodiversiteit door de agrarische sector nog stelselmatig wordt onderschat. Hier valt nog veel winst te behalen. Zowel voor het milieu als voor de landbouwkundige opbrengst.”