Persbericht

Benutting van dierlijke mest op Ierse melkveebedrijven kan beter

Gepubliceerd op
6 januari 2014

De benutting van dierlijke mest op Ierse melkveebedrijven is voor verbetering vatbaar. Vermindering van ammoniakverliezen speelt daarbij een belangrijke rol. Dat blijkt uit onderzoek van Stanley Lalor waarop hij woensdag 8 januari promoveert bij Wageningen University.

Stanley Lalor, werkzaam bij TEAGASC in Wexford (Ierland), onderzocht of de opbrengst van grasland en ook het milieu kunnen profiteren van emissie-arme toediening van dierlijke mest en van alternatieve uitrijdtijdstippen onder Ierse omstandigheden. Hij deed dit in samenwerking met Wageningen UR.  

Bovengronds toegediende mest – in Ierland vooralsnog wettelijk toegestaan – werkte onder lage temperaturen in het vroege voorjaar beter dan bij warmer weer in de loop van het seizoen. Als de toediening van mest bovendien plaatsvond met een emissie-arme sleepvoetmachine, steeg de grasopbrengst nog verder.

De resultaten van het onderzoek komen overeen met eerdere Nederlandse bevindingen. Wel was het verschil in werking tussen de bovengronds en met sleepvoeten toegediende mest in Ierland geringer dan hier. Dit hangt waarschijnlijk samen met de andere weersomstandigheden en het iets lagere ammoniumgehalte in de mest.

De hogere gewasopbrengst weegt niet op tegen de hogere kosten van emissiearme mesttoediening via de sleepvoetmachine. Toch maakt een toenemend aantal Ierse melkveehouders gebruik van emissiearme toediening, d.w.z. er wordt meer mest in het voorjaar toegediend en minder in de zomer, en het gebruik van de sleepvoetmachine neemt ook toe. De belangrijkste redenen zijn de besparing op kunstmestgebruik en de mindere bevuiling van het gras bij gebruik van de sleepvoetmachine.