Nieuws

Bestrijdingsmiddelen beletten herstel biodiversiteit op akkerland

Gepubliceerd op
27 januari 2010

Het gebruik van insecticiden en fungiciden heeft een doorslaggevend negatief effect op wilde planten en dieren in de Europese akkerbouwgebieden. “Een verdubbeling van de agrarische productie leidt tot een halvering van het aantal plantensoorten,” zegt Frank Berendse. “Kevers en broedvogels gaan er met een derde op achteruit. Met de intensivering van de landbouw nemen bovendien de kansen voor biologische bestrijding af.”

Het onderzoek is gedaan samen met acht andere Europese universiteiten. De onderzoekers bepleiten om het gebruik van bestrijdingsmiddelen tot een minimum terug te brengen. Alleen op deze manier kan het herstel van biodiversiteit op akkerland worden bevorderd en het potentieel voor de biologische bestrijding van plagen worden verhoogd.

In negen gebieden in West- en Oost-Europa zijn steeds 150 percelen van 30 akkerbouwbedrijven onderzocht op 21 eigenschappen van het gebruik van het perceel en het omringende landschap. Hiertoe behoren onder meer: afwisseling van het landschap, mate van bemesting en toepassing van chemische bestrijdingsmiddelen, zoals insecticiden en fungiciden. Uit de statistische analyse van de onderzoeksgegevens blijkt dat het gebruik van pesticiden, zoals in de intensieve akkerbouw, steeds weer een negatief effect heeft op de biodiversiteit van wilde planten, kevers en broedvogels.

Wanneer akkers op een biologische manier worden bewerkt of als er sprake is van beheersovereenkomsten waarbij er minder of geen pesticiden worden toegepast, blijkt dit in heel Europa juist positief uit te werken op het aantal planten- en keversoorten. Het aantal vogelsoorten blijft echter nagenoeg gelijk. Vogels, vlinders en bijen zoeken voedsel in een groot gebied, waardoor ook pesticidengebruik op aangrenzende akkers voor hen negatief kan uitwerken. Ook heeft de verminderde biodiversiteit een negatief effect op de mogelijkheden voor biologische bestrijding. Deze is gemeten door te kijken naar de overlevingskansen van uitgezette bladluizen die door natuurlijke vijanden worden opgegeten.

De afgelopen vijftig jaar zijn door de intensivering van de landbouw veel planten- en diersoorten regionaal of landelijk uitgestorven. In die periode zijn bedrijven en percelen vergroot en veranderde het landschap, doordat heggen en ruige akkerranden werden opgeruimd. De percelen werden meer bemest en meer met pesticiden bespoten. Vanaf begin jaren '90 is het Europese beleid erop gericht het pesticidengebruik terug te dringen. Voor de biodiversiteit in Europa zijn de gemeten effecten zeer belangrijk. Agrarisch land is met 43 procent van het oppervlak van Europa (EU27) de omvangrijkste landschapsvorm, waarin de helft van het aantal Europese vogels voorkomt en 20 tot 30 procent van de (Britse en Duitse) flora.

Meer informatie