Nieuws

Bijdrage grote bomen aan wereldwijde koolstofbalans ter discussie

Gepubliceerd op
1 december 2016

Grote tropische bomen blijven biomassa vastleggen. Maar de groei vlakt wel af, blijkt uit studie van de groeigeschiedenis van een groot aantal reusachtige tropische bomen. De bijdrage van deze bomen aan de wereldwijde koolstofbalans is dus lastig in te schatten. Dat blijkt uit een recente publicatie in Funcional Ecology, van onder andere Mart Vlam, Pieter Zuidema, Peter Groenendijk en Peter van der Sleen.

Van gewone bomen is redelijk bekend hoeveel CO2 ze vastleggen. Wiskundige formules laten het verband zien tussen de omvang van de boom en de groei van de biomassa. Bosecologen kunnen daarmee een redelijke schatting maken van de bijdrage van bomen en bossen aan de koolstofbalans en dus de klimaatverandering. Een groep onderzoekers van o.a. de leerstoelgroep Bosecologie en Bosbeheer bracht op basis van jaarringen de groeigeschiedenis van ruim 700 grote tropische bomen uit Thailand, Kameroen en Bolivia in beeld. “Het gaat om de vijftig procent grootste bomen van een databestand dat wij hebben van 1400 bomen verdeeld over veertien verschillende soorten,” licht Zuidema toe. Met hulp van de gebruikelijke formules werd de groei van de biomassa zowel per individuele boom als per soort in kaart gebracht. Dat leverde totaal verschillende resultaten op.

3e62befb-c940-4638-acb8-d0bbcc7a940a_tropische boom 2.jpg

De biomassagroei van individuele grote bomen blijft niet almaar toenemen. In tegenstelling tot wat vaak wordt beweerd, neemt de groei ook niet af naarmate de boom ouder wordt. De groei bereikt veelal een plateau. Maar als je op populatieniveau de groei bekijkt van de laatste vijf jaar ziet het beeld er volgens Zuidema heel anders uit. De groeisnelheid van de biomassa van grote bomen neemt volgens de berekeningen dan wel tot het einde toe.  Volgens Zuidema en collega’s is dat laatste beeld dus fout. Zij bestrijden daarmee conclusies van de Amerikaan Stephenson in 2014 in Nature. Zuidema: “Je kunt geen conclusies trekken over individuele bomen op basis van observaties aan een hele populatie. Dan gaat het mis. Als de grootste bomen in het bos de hardste groeiers zijn, betekent dat nog niet dat bomen aan het eind van hun leven steeds harder gaan groeien. In de sociale wetenschappen heet dat de ecological fallacy. Onze studie van levensgeschiedenissen van bomen op basis van hun groeiringen toont dat mooi aan.”

De studie van Zuidema betekent volgens hem niet dat er nu ineens veel minder koolstof vastligt in bossen. “Maar we moeten wel ongelooflijk voorzichtig zijn met beweringen over de groei van grote bomen en de bijdrage daarvan aan de koolstofopslag in bossen. We moeten minder beweren en meer meten aan grote bomen. Het is enorm belangrijk dat we beter kunnen inschatten hoeveel biomassa er in grote bomen zit.”

Bron: Resource, Roelof Kleis