Nieuws

Bijna helft vrouwen van agrarische bedrijven werkt buitenshuis

Gepubliceerd op
17 november 2014

De traditionele rolverdeling in agrarische familiebedrijven is verschoven. 44% van de vrouwen met een boer als partner kiest voor een baan buiten het agrarische familiebedrijf. In de jaren tachtig was dit nog maar 5%. De boerin van nu heeft meer inspraak in de bedrijfsvoering en is vaker een hoogopgeleide vrouw. De inzichten die vrouwen buiten het bedrijf opdoen, zijn waardevol voor de strategische besluitvorming en de slagkracht van de onderneming. Dit blijkt uit onderzoek van LEI Wageningen UR in samenwerking met het lectoraat Familiebedrijven van hogeschool Windesheim.

Vrouwen spelen een steeds belangrijkere rol binnen het agrarische familiebedrijf. Bij de dagelijkse bedrijfsbeslissingen is 38%  van de vrouwen sterk dan wel volledig betrokken. Ruim 70% van de vrouwen beslist mee over strategische zaken, zoals leningen voor investeringen, de aankoop of verkoop van land, bedrijfsopvolging of het ontwikkelen van nevenactiviteiten op het boerenbedrijf. Dit blijkt uit onderzoek van LEI Wageningen UR en  het lectoraat Familiebedrijven van Windesheim.

Boerderij: van eenmanszaak naar maatschap

“Vrouwen die tien uur of meer op het bedrijf werken zijn veelal een maatschap met hun partner aangegaan. Dit speelt bij 57% van de bedrijven. Dertig jaar geleden kwam deze ondernemersvorm nog nauwelijks voor”, aldus dr. Ilse Matser, lector Familiebedrijven bij Windesheim. “Een maatschap regelt ook de juridische inspraak en beloning van vrouwen en versterkt hun positie.”

Baan buitenshuis

Uit het onderzoek komt ook naar voren dat in vergelijking met dertig jaar geleden aanzienlijk meer vrouwen een baan buitenshuis hebben. 27% van de vrouwen in het onderzoek werkt volledig buiten het bedrijf, 17% combineert een baan buitenshuis met taken op het eigen bedrijf. 56% heeft geen betaald werk buitenshuis, maar werkt op de eigen onderneming. Het overgrote deel van deze groep vrouwen werkt meer dan tien uur per week op het eigen agrarische familiebedrijf.

Hester Dilling heeft samen met haar man een akkerbouwbedrijf en een pluimveehouderij. Ze zegt: ”Ik zie mijzelf als allround ondernemer, ik help bij het oogsten, verzorg het pluimvee en doe veel hand- en spandiensten. Ook denk ik mee over de bedrijfsvoering. Ik heb als Financieel Planner gewerkt en die kennis komt nu goed van pas in het bedrijf.”

Bedrijfsovername door kinderen niet langer automatisme

Doordat meer vrouwen zich meer op een werkend leven buiten het familiebedrijf richten, neemt ook de emotionele betrokkenheid af. Dit uit zich ook in de besluitvorming rond de opvolging. “Steeds minder vrouwen vinden het vanzelfsprekend dat hun kinderen het  bedrijf overnemen. Terwijl dat vroeger een automatisme was. Het voortzetten van de familietraditie is tegenwoordig minder doorslaggevend”, aldus Matser.

Internationale jaar Agrarisch Familiebedrijf

De Verenigde Naties hebben 2014 uitgeroepen tot het jaar van het agrarische familiebedrijf. Voor LTO Noord Vrouw en Bedrijf een aanleiding om de rol van vrouwen op agrarische familiebedrijven in Nederland nader te onderzoeken. Het laatste wetenschappelijke onderzoek over dit onderwerp stamt uit  1984. Windesheim heeft vervolgens in samenwerking met LEI Wageningen UR het onderzoek Vrouwen op agrarische bedrijven: actief en betrokken uitgevoerd.  Naast dit onderzoek is er ook een zoektocht gaande naar het oudste agrarische familiebedrijf van Nederland. Dit is en gezamenlijk initiatief van Windesheim, LTO Noord, Flynth, Rabobank en de NAJK. Tien agrarische familiebedrijven zijn inmiddels genomineerd. Het oudste bedrijf wordt donderdag 20 november bekend gemaakt tijdens het jaarcongres van de NAJK in Utrecht. Tijdens dit congres zal Ilse Matser, lector Familiebedrijven van Windesheim tevens de resultaten bekend maken van een tweede onderzoek naar de rol van jongeren (bedrijfsopvolgers) binnen het agrarische  familiebedrijf.