Biobased Economy is goed voor economie als geheel

Nieuws

Biobased Economy is goed voor economie als geheel

Gepubliceerd op
24 maart 2016

De overgang naar een biobased economie maakt onze economie niet alleen minder afhankelijk van fossiele brandstoffen. Ze is ook nodig om de doelstellingen van het Parijs-akkoord te halen. En, last but not least, grootschalig gebruik van biomassa versterkt de economie als geheel. Dit valt te lezen in de Macro Economische Verkenning, die onder regie van LEI Wageningen UR is opgesteld.

De Macro Economische Verkenning (MEV) is uitgevoerd in opdracht van het Ministerie van EZ en de TKI Biobased Economy, als onderdeel van het R&D-programma BE-BASIC. In de MEV analyseert LEI Wageningen UR in samenwerking met Universiteit Utrecht wat de macro-economische impact is als biomassa in Nederland op grote schaal wordt gebruikt voor de energieproductie en voor het maken van materialen en chemicaliën. Het jaar 2030 vormt daarbij de horizon. Projectpartners Essent, DSM en Corbion droegen bij aan de economische en technologische onderdelen van de verkenning.

‘Een van de conclusies in deze verkenning is dat grootschalige inzet van biomassa een positieve invloed heeft op de Nederlandse economie’, zegt Hans van Meijl van Wageningen UR. Als er flink wordt ingezet op technologische ontwikkeling en open internationale markten, dan kan de Biobased Economy op middellange termijn jaarlijks voor 1 miljard euro bijdragen aan de totale economie.’

Nodig voor halen klimaatdoelen

De onderzoekers hebben ook gekeken naar het belang van biomassabenutting in het kader van het Parijs-akkoord. Van Meijl: ‘Als de Nederlandse overheid het klimaatakkoord serieus neemt, dan is verdere ontwikkeling van de Biobased Economy belangrijk. In onze scenario’s maakt biomassa in 2030 50 tot 60% van de totale hoeveelheid hernieuwbare energie uit. Een Biobased Economy verlaagt de kosten die nodig zijn om de emissiedoelstellingen te halen. Investeren in verdere technologische ontwikkeling is hoe dan ook lonend, ook bij lage prijzen voor fossiele brandstoffen. Daarnaast valt er uit economisch oogpunt veel te zeggen voor de invoering van een internationale CO2-taks. De negatieve effecten van het gebruik van fossiele brandstoffen worden nu niet in rekening gebracht. Met een CO2-taks komt die rekening bij de vervuiler te liggen.’

Stimulerende overheid

Stimulerend overheidsbeleid blijft cruciaal, zeker met de huidige olieprijzen, stelt Van Meijl. ‘De technologieën in de fossiele economie zijn volledig uitontwikkeld, maar in de Biobased Economie valt nog veel te leren. Hiervoor is een steun in de rug van de overheid nodig. Daar komt bij dat de Biobased Economy een boost kunnen geven aan sectoren die het nu moeilijk hebben, zoals de landbouw en de chemie. In deze sectoren neemt de werkgelegenheid sterk af. De Biobased Economy kan dit negatieve effect dempen.’

Vier scenario’s

In deze macro-economische verkenning schetsen de onderzoekers vier mogelijke scenario’s voor de ontwikkeling van de Biobased Economy tot 2030. Zij houden daarbij, naast de hoogte van de olieprijs en rol van de overheid, rekening met twee onzekerheden: de snelheid van technologische ontwikkeling en de beschikbaarheid van biomassa van buiten de EU.

Neem contact op met de expert