Biomonitoring meet effect industriële uitstoot op gewaskwaliteit

Nieuws

Biomonitoring meet effect industriële uitstoot op gewaskwaliteit

Gepubliceerd op
17 december 2015

Wat is het effect van industriële uitstoot op de kwaliteit van landbouwgewassen in de directe omgeving? Met biomonitoring is dit eenvoudig vast te stellen. Onderzoeker Chris van Dijk over de methode van Wageningen UR, die ook is ingezet bij de geplande uitbreiding van Lelystad Airport.

Voor de industrie gelden strenge eisen rond de uitstoot van schadelijke stoffen. ‘Goed dat ze er zijn’, zegt Chris van Dijk van Wageningen UR. ‘Maar een agrariër die zijn gewassen pal naast een afvalverwerkingsfabriek heeft staan, ziet elke dag die rokende schoorstenen. Die wil weten wat die rook betekent voor de kwaliteit van zijn gewassen. Met het meten van de luchtkwaliteit via biomonitoring maken we dit effect inzichtelijk.’

Spinazie en boerenkool

Van Dijk en zijn collega’s zetten de onderzoeksmethode al jaren met succes in, bijvoorbeeld in de omgeving van afvalverwerkingsfabrieken. ‘Rond een afvalverwerker leggen we in de directe omgeving meestal vier proefveldjes met spinazie en boerenkool aan. Met deze gewassen kunnen we het hele jaar door meten en we weten dat ze componenten snel uit de lucht opnemen. We telen ze in kunststof bakken met standaardgrond en niet in de volle grond. Zo kunnen we puur kijken naar de vervuiling die via de lucht is aangevoerd.’

Vergelijken met regio

In het lab meten de onderzoekers het gehalte aan schadelijke stoffen in de spinazie en boerenkool. ‘We kijken dan naar zware metalen en polycyclische aromatische koolwaterstoffen die direct terug te leiden zijn naar de uitstoot van de industrie in de buurt. Daarnaast analyseren we het dioxinegehalte in koemelk en fluoriden in gras. De resultaten vergelijken we met metingen van proefveldjes een paar kilometer verderop. Hierdoor zijn de resultaten bij de bron heel goed vergelijken met het regionale achtergrondniveau.’ De metingen hebben volgens Van Dijk een signaalfunctie: ‘Zolang de gevonden waarden niet hoger zijn dan het achtergrondniveau en er geen normen worden overschreven, is te verwachten dat de agrarische gewassen en producten veilig zijn.’

Biomonitoring in convenant

Het meten van luchtkwaliteit via biomonitoring wordt vaak ingezet als onderdeel van ‘bovenwettelijke convenanten’. Van Dijk: ‘De industrie werkt meestal graag mee om de relatie met de omgeving goed te houden. En agrariërs willen weten of hun gewassen veilig zijn.’ De resultaten van biomonitoring zijn meestal geruststellend, zegt Van Dijk: ‘We vinden zelden of nooit afwijkingen in gewaskwaliteit door industriële uitstoot.’

Uitbreiding Lelystad Airport

Biomonitoring is ook gebruikt om in kaart te brengen welke gevolgen de geplande uitbreiding van Lelystad Airport heeft op gewassen in de directe omgeving. De bedoeling is dat dit vliegveld de komende jaren uitgroeit tot een regionale luchthaven met 45.000 vliegbewegingen per jaar. Metingen in de buurt van het vliegveld bij Bremen, qua drukte vergelijkbaar met het toekomstige Lelystad Airport, leverden een bemoedigend resultaat op: de uitstoot heeft daar geen nadelig effect op de gewaskwaliteit. ‘Telers in de buurt van Lelystad Airport hoeven zich dus niet direct zorgen te maken.’

Het biomonitoringsonderzoek rond Lelystad is in opdracht van de provincie Flevoland uitgevoerd. Wageningen UR was verantwoordelijk voor de opzet en uitvoering van het meetprogramma en de analyses van de gewasmonsters inclusief de rapportage.