Bioraffinage loont: Nieuwe inzichten in omvang fossiele en biobased markten

Nieuws

Bioraffinage loont: Nieuwe inzichten in omvang fossiele en biobased markten

Gepubliceerd op
9 februari 2015

Nieuw onderzoek naar de omvang van fossiele en biobased markten levert interessante inzichten op én bewijs voor marktkansen van bioraffinage, concluderen onderzoekers van Wageningen UR. Door het volume en de waarde van grondstoffen en hun producten met elkaar te vergelijken, geven onderzoekers inzicht in kansen voor biobased markten. Bedrijven en overheden kunnen zo scherpere economische- en beleidsafwegingen maken. Uit de studie blijkt dat het doorgaans het meest lucratief is om meerdere eindproducten uit biomassa te halen.

Onderzoekers van Wageningen UR zoomden in op de ‘biobased waardepiramide’, een bekende en krachtige metafoor voor de biobased waardeketen waarin grondstoffen en producten met hun volume en waarde centraal staan. Productgroepen uit deze piramide, zoals chemicaliën en transportbrandstoffen, werden vergeleken met hun fossiele tegenhangers.

Transportbrandstoffen duurder dan basisvoedsel

Uit de analyse volgen enkele logische conclusies: het volume van fossiele grondstoffen en de daarvan afgeleide stook- en transporttoepassingen (olie, benzine) is vele malen groter dan andere grondstoffen, waaronder de agro-grondstoffen. Opvallend is dat momenteel –onder uitzonderlijk lage olieprijzen- de prijzen voor transportbrandstoffen gelijk liggen aan die voor basisvoedsel (zoals rijst, pasta en suiker). Ten tijde van de studie (zomer 2014) lagen de prijzen zelfs hoger.

Het volume veevoer is blijkens de nieuwe analyse opmerkelijk hoog tegen een lage waarde. En het volume grondstoffen in de chemie is weer laag, terwijl toepassingen in deze sector een hoge toegevoegde waarde hebben.

Kansen voor bioraffinage

Harriëtte Bos, programmamanager bij Wageningen UR denkt dat deze economische ongerijmdheden kansen bieden: “In een recente EU-studie hebben we onderzocht wat de volledige overgang op agrogrondstoffen voor de chemie zou betekenen. Hieruit blijkt onder andere dat de optimalisatie van veevoer-raffinage een flinke –nu onbenutte- ruimte biedt voor andere toepassingen, zoals chemicaliën en materialen. We zien dus hele interessante kansen voor bioraffinage.” Van belang is wel, benadrukt Bos, dat een ‘level playing field’ ontstaat: “Doordat specifieke producten, zoals bioenergie, worden gesubsidieerd, kunnen de kansen voor bioraffinage nu niet worden verzilverd.”

Van slimme bioraffinage naar productiecombinaties

Op basis van de gevonden waarden van de verschillende producten, maakten onderzoekers in de studie een inschatting van de totaal te behalen waarde wanneer verschillende bioraffinage-opties (cascadering) worden uitgewerkt. Geheel in lijn met de aannames in het bioraffinage-concept blijken productieketens waarbij meerdere eindproducten worden geproduceerd een potentieel hogere totale waarde op te leveren. Maar, benadrukt Bos,  dit is niet bij alle eindproducten het geval. Een belangrijke voorwaarde is dat de grondstoffen efficiënt worden ingezet.

Tarwe en vlees leveren in de studie bewijs voor efficiënte toepassingen. Bos: “Zet men tarwe in voor brood, dan komt al het meel terecht in het eindproduct. De omzetting van tarwe naar vlees is minder efficiënt: voor een kilo vlees heeft een dier zoals bekend meerdere kilo’s tarwe nodig. Hoewel vlees duurder is dan brood, ligt de waarde per ingezette hoeveelheid tarwe hier lager.” Wanneer de tarwe daarentegen met bioraffinage eerst wordt gesplitst in eiwit (gluten) en zetmeel, het eiwit vervolgens wordt gevoerd aan vee en het zetmeel wordt omgezet in chemicaliën, is een flink hogere totale waarde te behalen.  “Het gaat dus om zowel slimme bioraffinage als om slimme productcombinaties”, bepleit Bos.

Belang voor overheid en bedrijfsleven

Harriëtte Bos is enthousiast over de nieuwe inzichten uit het onderzoek: “De analyse die we hebben uitgevoerd geeft ons een beter beeld van het gebruik van grondstoffen en hun waarde in de hele productieketen. Dat is van groot belang voor bedrijven en overheden die op basis van dit soort gedetailleerde informatie voortaan een beter onderbouwde bedrijfs- of beleidsbeslissing kunnen nemen.” Bos wijst erop dat de studie weliswaar inzicht geeft in de te behalen waarde van verschillende bioraffinage-routes, maar niet in bijvoorbeeld milieuaspecten: “Milieuaspecten hebben we wel zijdelings bekeken in twee andere recente studies naar duurzaamheidsaspecten van producten uit suikers en natuurlijke oliën.”  Volgens Bos is een verbinding tussen beide studies en onderzoek naar de waardepiramide een mooi thema voor een vervolgstudie.