Nieuws

Boost voor ontwikkeling nieuwe gewas-beschermingsmiddelen land- en bosbouw

Gepubliceerd op
5 maart 2014

Elf nieuwe biologische gewasbeschermingsmiddelen. Dat moet het resultaat worden van het internationale samenwerkingsproject BIOCOMES. “Deze nieuwe middelen zullen een centrale plaats krijgen in het Integrated Pest Management voor Europese boeren, tuinders en ook bosbouwers”, zegt de projectleider, dr. Jürgen Köhl van Wageningen UR (University & Research centre).

In BIOCOMES – voluit: Biological control manufacturers in Europe develop novel biological control products to support the implementation of Integrated Pest Management in agriculture and forestry – werken producenten van middelen, onderzoeksinstituten en adviesbureaus rond de registratie van gewasbeschermingsmiddelen samen. Het project wordt mede gefinancierd door de Europese Unie. Köhl: “Europa verplicht de lidstaten om meer te doen aan Integrated Pest Management. Dat betekent dat telers aan preventie en monitoring moeten doen, om de kans op het toeslaan van een ziekte of plaag te verkleinen. Daarnaast eist de EU dat áls een gewas toch wordt aangetast eerst naar biologische producten wordt gekeken, vóór er chemische beschermingsmiddelen worden ingezet. Maar aan dergelijke biologische gewasbeschermingsproducten is nog een groot gebrek.”

Markt biologische gewasbescherming

Wanneer de vraag groot is en het aanbod nog klein, zou je zeggen dat de markt zijn werk vanzelf wel gaat doen. “De markt voor biologische gewasbescherming groeit inderdaad met 15% per jaar”, weet Köhl. “Maar toch is het goed dat de Europese overheid hier te hulp schiet. Er zijn veel kleine en middelgrote producenten actief op dit gebied en voor hen is zowel de ontwikkeling als de registratie van gewasbeschermingsmiddelen een kostbare en ingewikkelde zaak. Samenwerking en steun van de overheid  kan dan een belangrijke boost geven.”

Macro- en microbials

Onder de elf producten die heel concreet uit het BIOCOMES-project moeten rollen zijn twee zogenoemde macrobials: nuttige insecten die schadelijke organismen bestrijden. Daarnaast worden er negen microbials ontwikkeld. Dat zijn bijvoorbeeld bacteriën die ziekten als vruchtrot in de fruitteelt of insecten als  de dennensnuitkever in de bosbouw bestrijden.

Concurrentie

Enkele betrokken producenten hadden al middelen in ontwikkeling. Toch zien zij geen bezwaar om in een consortium samen te werken aan de verdere ontwikkeling, zegt Köhl. “Het voordeel dat zij kunnen behalen, bijvoorbeeld op het gebied van gedeelde expertise rond registratie, is vele malen groter dan het nadeel van concurrentierisico. En uiteraard is de samenwerking met een goede consortiumovereenkomst afgedicht.”

Concurrerende prijzen  

Eén van de partners binnen BIOCOMES is het Duitse bedrijf e-nema. Zij produceren nu bijvoorbeeld het product Dianem ®. “Dat is gebaseerd op de nematode Heterorhabditis bacteriophora”, vertelt Ralph Udo Ehlers van e-nema. “Het wordt onder andere in Duitsland, Oostenrijk en Nederland gebruikt tegen de wortelboorder in maïs. Het is daarmee een alternatief voor bijvoorbeeld de neonicotinoïden die door de EU zijn verboden in de maïsteelt. Maar op dit moment is het voor ons nog lastig concurreren met andere chemische producten op de markt. Voor voldoende bescherming moeten wij nu twee miljard nematoden per hectare maïs toepassen.”

Binnen BIOCOMES willen e-nema en hun partners de technologie rond de nematoden zo verbeteren dat ze nog veel efficiënter kunnen worden geproduceerd. “Dan zal ook de prijs van dit soort biologische bescherming concurrerend kunnen worden met chemische alternatieven”, aldus Ehlers.

Biologische gewasbescherming heeft toekomst

Jürgen Köhl waarschuwt dat aan het eind van de vier jaar die BIOCOMES zal duren, nog niet alle elf nieuwe producten daadwerkelijk in de schappen zullen liggen. “Er moet vaak nog een registratietraject worden doorlopen, maar we verwachten de cruciale stappen over vier jaar wel gezet te hebben. Tegelijk weet je het in de biologische gewasbescherming nooit. Deze vorm van toegepaste biologie is namelijk per definitie complexer dan een ‘simpel’ bestrijdingsmiddel dat op basis van één chemische stof werkt. Maar het is duidelijk dat deze ontwikkeling wel de toekomst heeft. Niet alleen de Europese Unie eist het, ook de detailhandel en de consument wil producten met zo min mogelijk chemische residuen.”