Nieuws

Bruinvisonderzoek wettelijk verankerd. Goed bekeken!

Gepubliceerd op
24 mei 2016

Vanaf 2016 is het onderzoek naar bruinvissen bij de Wettelijke onderzoekstaken Natuur & Milieu ondergebracht. IMARES Wageningen UR en het departement pathobiologie van de faculteit Diergeneeskunde van de Universiteit Utrecht (UU) voeren het onderzoek gezamenlijk uit. Bruinvisonderzoekster Lonneke IJsseldijk van de UU is blij dat het onderzoek wettelijk verankerd is omdat daarmee de financiering voor een aantal jaren is vastgelegd. Opdrachtgever is het ministerie van Economische Zaken, dat vooral geïnteresseerd is in doodsoorzaken van gestrande bruinvissen door menselijk toedoen. Voor internationale verdragen en overeenkomsten is Nederland verplicht tot dit onderzoek.

Bijvangst de grootste bedreiging

In de jaren tachtig van de vorige eeuw is het aantal bruinvissen in het zuidelijk deel van de Noordzee sterk toegenomen. Van september tot en met april komen duizenden bruinvissen in de kustwateren voor. Ook het aantal strandingen van dode bruinvissen is sterk toegenomen. De bruinvis is in Nederland bij wet beschermd via het beschermingsplan bruinvis. Het plan geeft een overzicht van bedreigingen en mogelijke beschermingsmaatregelen en pleit ook voor meer onderzoek. Bijvangst blijkt een belangrijke doodsoorzaak te zijn, maar IJsseldijk ziet ook bruinvissen met bijvoorbeeld bijtwonden van grijze zeehonden. Om de gevolgen van onderwater sonar na te gaan, onderzoekt IJsseldijk verder gehoorschade bij bruinvissen. Stukken plastic in magen en hoge PCB levels kunnen de bruinvis ook fataal worden. Materiaal voor maagonderzoek levert IJsseldijk aan Mardik Leopold van IMARES Wageningen UR. Hij is al jarenlang expert op dit gebied. Toxicologisch onderzoek wordt uitgevoerd bij IMARES IJmuiden.

Nauwe samenwerking

De projectleiding en coördinatie van het bruinvisonderzoek is in handen van Steve Geelhoed van IMARES Wageningen UR. Binnen het project is op meerdere vlakken sprake van bijzonder goede samenwerking. IJsseldijk is vrijwel altijd bereikbaar voor de zeer betrokken vrijwilligers van het strandingsnetwerk. Via foto’s kan zij beoordelen of een gestrande bruinvis geschikt is voor onderzoek. Is dat het geval, dan wordt het dier door de vrijwilligers met spoed naar Utrecht gebracht. Met name voor onderzoek aan het gehoor is het van belang dat het dier niet langer dan enkele uren dood is. Verder zijn nauwe contacten met experts uit andere landen, zoals Schotland, Engeland, België en Duitsland. Op internationale congressen en bijeenkomsten wordt veel informatie uitgewisseld.

Veel belangstelling bij strandingen

Aan de Nederlandse kust stranden de laatste jaren circa 700 Bruinvissen per jaar. IJsseldijk verwacht dit jaar 50 zeer verse bruinvissen te kunnen onderzoeken. Toch blijft het een verrassing hoe het jaar loopt. Vorig jaar was het rustig in de eerste maanden van het jaar en dit eerste kwartaal juist extra druk. Behalve bruinvissen onderzocht zij de afgelopen maanden ook al vier andere soorten walvisachtigen op de Nederlandse kust, waaronder de potvissen die afgelopen januari op Texel aanspoelden. De laatste twee jaar constateert ze veel media-aandacht en daardoor veel publiek bij strandingen.

Resultaten langjarig onderzoek in 2017

Tussen 2008 en 2013 financierde het toenmalige ministerie van LNV het onderzoek naar bruinvissen. De jaren daarna was de financiering niet vooraf geregeld. Nu het project sinds begin dit jaar onder de wettelijke onderzoekstaken valt, is continuïteit van het onderzoek voor de komende vijf jaar gewaarborgd. Alleen met langjarig onderzoek kan een goed overzicht worden gegeven van de doodsoorzaken en kunnen veranderingen tijdig worden geconstateerd. In de tweede helft van 2017 zal hierover naar verwachting kunnen worden gerapporteerd in de vorm van een wetenschappelijke publicatie. Openbaar maken van de gegevens is bovendien voor de Kaderrichtlijn Marien (KRM) belangrijk.