Nieuws

Burgerinitiatieven voor beheer van kleine stationsgebieden

Gepubliceerd op
30 november 2018

Door sociale activiteiten te organiseren kunnen burgerinitiatieven een belangrijke bijdrage leveren aan het verbeteren van de omgeving van kleine stations. De gemeente is vaak aanjager voor de ontwikkeling van het stationsgebied en heeft daardoor een belangrijke rol bij het ontstaan van initiatieven van bewoners. ProRail en NS zijn minder gericht op het gebied om het station, maar zijn wel bepalend voor de voorwaarden waaronder activiteiten kunnen plaatsvinden. Dit zijn de belangrijkste uitkomsten van een onderzoek van de Wetenschapswinkel van Wageningen University & Research naar de ontwikkeling van burgerinitiatieven voor het beheer van de omgeving van kleine stations, zoals in Coevorden, Deurne en Vierlingsbeek.

Coöperatie Stationspark Deurne initieerde dit onderzoek waarin een inventarisatie is gemaakt van het type gebruikers en de functies van het stationsgebied. Daarnaast is er gekeken naar de visie van de belangrijkste actoren op participatie en het betrekken van burgers en hun motivatie om daar iets mee te doen en naar de eigen rol van de stakeholders en de verwachtingen die zij hebben van de andere actoren.

Rol van de betrokken organisaties

De betrokken organisaties, NS en ProRail staan open voor burgerinitiatief, maar stimuleren dit niet actief. De focus van deze organisaties ligt vooral op de taakstelling van het schoon, heel en veilig houden van het station zelf en de voorzieningen die daarbij horen. Zij zijn minder gericht op het gebied er omheen. De gemeente heeft meer belang bij het ontwikkelen van het grotere gebied. Zowel in Coevorden als in Deurne kan het station een belangrijke rol hebben in het verbinden van wijken die aan weerszijde van het spoor zijn gelegen. Ook andere gebruikers zoals GGZ organisaties en bewoners staan open voor initiatieven om de kwaliteit van het gebied te verbeteren, maar zien voor zichzelf geen initiërende rol.

Verbindende functie

Bij de iets grotere stations, zoals in Coevorden en Deurne, waar bedrijven en winkels zich in het stationsgebied bevinden, is het type gebruiker gevarieerder. Naarmate er meer voorzieningen aanwezig zijn, verbreedt de functie van het stationsgebied zich van knooppunt naar verblijfsgebied. Ook dragen nieuwe sociale activiteiten, zoals die de Coöperatie Stationspark Deurne ontwikkelt, bij aan de verbinding tussen stakeholders en gebruikers van het gebied, dat daardoor aantrekkelijker wordt.

Coevorden heeft sterk potentieel voor burgerinitiatief vanwege de verschillende functies en activiteiten die kunnen plaatsvinden en doordat beide zijden van het station via een onderdoorgang met elkaar worden verbonden. Het ontbreekt in Coevorden echter aan een centrale partij die stakeholders met elkaar verbindt en nieuwe initiatieven organiseert die zich richten op sociale doelstellingen.

Bij het kleinere station van Vierlingsbeek is te zien dat de gemeente een kleinere rol speelt bij de inrichting, omdat het station minder strategisch gelegen is. De NS en ProRail zijn daardoor meer bepalend voor de inrichting van het gebied. Vooral omwonenden hebben te maken met de gevolgen van verandering in de inrichting. Er is echter geen gezamenlijk ontwikkelde visie en inspraak van de bewoners is beperkt. Er is wel beperkte ruimte voor individueel initiatief om het gebied te verfraaien.

Stimuleren van lokale initiatieven

In dorpen en kleinere steden nemen het aantal voorzieningen en de bereikbaarheid af. Veel van deze functies worden neergelegd bij burgers. De noodzaak van burgerparticipatie wordt daardoor op lange termijn steeds groter. De huidige wet- en regelgeving voor het openbaar vervoer lijkt vooral gericht op logistiek, techniek en veiligheid en is minder ingericht op inpassing in de lokale situatie waarvan het stimuleren van burgerinitiatieven een onderdeel van is. Om meer oog te krijgen voor de omgeving van het station en aansluiting te vinden bij lokale initiatieven is een cultuuromslag nodig bij de landelijk opererende vervoerders en beheerders van stationsgebieden, echter ook gemeenten en provincies kunnen randvoorwaarden creëren om burgerinitiatieven mogelijk te maken.

Presentatie Vereniging Nederlandse Gemeenten

De resultaten van dit onderzoek zijn op 30 november 2018 gepresenteerd op een bijeenkomst van de VNG.

Lees het rapport: Wetenschapswinkelrapport 348 ‘Lokale verbindingen -Een verkenning naar het betrekken van burgers bij kleine stations in: Deurne, Vierlingsbeek en Coevorden’