Nieuws

CO2-emissie glastuinbouw 2020 geraamd op 6,0 Mton

Gepubliceerd op
22 december 2020

De CO2-emissie van de Nederlandse glastuinbouw in 2020 is geraamd op 6,0 Mton. Dit zou 1,4 Mton hoger zijn dan de actuele CO2-emissieruimte en het CO2-doel van de glastuinbouw voor 2020. De raming voor 2020 ligt buiten de bandbreedte behorende bij het CO2-doel. Dit is ook het geval door enkel de factoren areaal en verkoop elektriciteit. Hierdoor zouden de convenantspartijen kunnen besluiten om een nieuwe technische correctie van de CO2-emissieruimte van de glastuinbouw voor 2020 door te voeren.

Technische correctie

Voor de glastuinbouw is in 2011 tussen de glastuinbouwsector en de overheid een CO2-emissieruimte voor 2020 overeengekomen van 6,2 Mton. Tussen de convenantpartners is ook een bandbreedte overeengekomen. Als de CO2-emissie buiten de bandbreedte komt te liggen door verandering van het areaal en/of de verkoop van elektriciteit vanuit warmtekrachtkoppeling op aardgas kan in gezamenlijk overleg tussen overheid en sector de CO2-emissieruimte technisch worden gecorrigeerd. In 2017 is het CO2-doel hierdoor aangepast naar 4,6 Mton op basis van de verwachtingen van een krimpend areaal en afname van de verkoop van elektriciteit. Ook is een nieuwe bandbreedte overeengekomen.                                                               

Bandbreedte technische correctie

De raming van de CO2-emissie in 2020 ligt 1,0 Mton boven de bovengrens van de bandbreedte na technische correctie in 2017 (5,0 Mton). Na de technische correctie in 2017 is zowel het areaal als de verkoop van elektriciteit niet afgenomen maar toegenomen. Als enkel de effecten van de toename van het areaal en van de verkoop van elektriciteit beschouwd worden, ligt de raming van de CO2-emissie in 2020 ook boven de bovengrens van de bandbreedte. Dit betekent dat de convenantspartijen kunnen besluiten om een nieuwe technische correctie van de CO2-emissieruimte van de glastuinbouw voor 2020 door te voeren.

Varianten onzekerheden en corona-crisis

De uitgangspunten voor de raming kennen onzekerheden. De onzekerheden zijn het grootst bij het areaal en energiegebruik per m2. Voor deze factoren zijn varianten doorgerekend. Hieruit blijkt dat deze onzekerheden significant invloed kunnen hebben op de raming van de CO2-emissie in 2020. Dit is van belang bij een mogelijke nieuwe technische correctie van het CO2-doel. De corona-crisis kan een beperkte demping van de CO2-emissie in 2020 met zich meebrengen.

Indirecte effecten

De afzonderlijke invloedsfactoren beĆÆnvloeden elkaar ook onderling. Het gebruik van duurzame warmte en van het areaal zijn de factoren met indirecte invloed op de verkoop van elektriciteit. In de periode 2012-2020 is het gebruik duurzame warmte toegenomen en is het areaal afgenomen. Beide ontwikkelingen zorgen ervoor dat er minder elektriciteit wordt verkocht. Als dit gezamenlijke indirecte effect wordt toebedeeld aan de verkoop elektriciteit dan ligt het effect van verkoop elektriciteit op de CO2-emissie in 2020 0,4 Mton hoger. Dit kan in beschouwing worden genomen bij een eventuele nieuwe technische correctie van het CO2-doel voor 2020. De eventuele technische correctie zou dan groter zijn.

Voor meer informatie kunt u contact opnemen met de projectleider Nico van de Velden, tel 070-3358359 of nico.vandervelden@wur.nl