Nieuws

Californische trips nog een groot probleem in Californië

Gepubliceerd op
22 januari 2014

Begin jaren tachtig raakte de Nederlandse glastuinbouw besmet met de tripssoort Frankliniella occidentalis uit Californië. Zoals de Engelse naam western flower thrips al aangeeft, is deze trips vaak te vinden in bloemen, waar ze zich voeden met stuifmeel. In Californië zorgen de milde winters en het groot aantal zonuren ervoor dat deze trips ook buiten de kassen massaal voorkomt op wilde bloemrijke vegetaties.

Op het Floriculture insect symposium van 12 december in Watsonville (iets ten zuiden van San Francisco) werd dan ook duidelijk dat deze trips het grootste knelpunt vormt voor de plaagbestrijding bij de Californische siertelers. Deze sierteelt bestaat voornamelijk uit gerbera en chrysant en enkele rozentelers. Deze telers hebben voortdurend last van een grote plaagdruk van buiten hun kassen.

Biologische plaagbestrijding

Wageningen UR Glastuinbouw was op dit symposium uitgenodigd om haar kennis op het gebied van biologische plaagbestrijding te delen. De biologische bestrijding loopt in Californië achter ten opzichte van Nederland vanwege het groter aantal toegelaten pesticiden. Echter ook daar wordt geconstateerd dat trips steeds lastiger chemisch is te bestrijden door resistentieontwikkeling. Biologische bestrijding wordt op beperkte schaal toegepast met roofmijten (Amblyseius cucumeris en Amblyseius swirskii) en het insectenparasitaire aaltje Steinernema feltiae. De Californische telers zijn zeer geïnteresseerd in nieuwe methoden om vestiging van natuurlijke vijanden te verbeteren om daarmee trips effectiever te kunnen bestrijden.