reductie Campylobacter in pluimveesector

Nieuws

Campylobacter besmettingen reduceren in de pluimveesector

Gepubliceerd op
28 mei 2015

Campylobacter is de meest voorkomende bacteriële veroorzaker van voedselinfecties in Nederland. Kip is daarbij een belangrijke bron van besmetting. De overheid en de pluimveesector financieren een 4-jarig onderzoek waarin de primaire vleeskuikensector en slachterijen, samen met onderzoeksinstellingen Central Veterinary Institute (CVI) en Wageningen UR Livestock Research (WLR), aan de slag gaan om de besmetting met Campylobacter terug te dringen. Het onderzoek richt zich zowel op de primaire bedrijven als op het slachtproces en heeft als doel om het aandeel Campylobacter besmet pluimveevlees terug te dringen om zo het aantal ziektegevallen bij de mens te verlagen.

Voor zowel het bedrijfsleven als de overheid is voedselveiligheid een belangrijk thema. Van voedsel gerelateerde infecties bij de mens is Campylobacter één van de meest voorkomende veroorzakers. De European Food Safety Authority (EFSA) heeft geconcludeerd dat 20-30% van de Campylobacterbesmettingen van de mens veroorzaakt wordt door consumptie en/of (onhygiënische) bereiding van pluimveevlees, terwijl 50-80% van de Campylobacterbesmettingen bij de mens veroorzaakt wordt door stammen die uit pluimvee afkomstig zijn.

Vanaf dit jaar loopt een vierjarig onderzoeksproject om Campylobacter besmettingen van pluimvee(vlees) terug te dringen, om uiteindelijk het aantal Campylobacter besmettingen bij mensen te verlagen. Dit project wordt gezamenlijk gefinancierd door de overheid en de pluimveesector in een zogenaamde PPS (Publiek Private Samenwerking) onder het Topsectorenbeleid van het Ministerie van Economische Zaken (EZ). Trekker van het project is NEPLUVI (Vereniging van de Nederlandse Pluimveeverwerkende Industrie). In het project werken primaire vleeskuikensector, slachterijen, Central Veterinary Institute (CVI), Wageningen UR Livestock Research (WLR) en de Universiteit Utrecht (UU) samen.

Onderzoeksrichtingen

Het project richt zich zowel op de primaire bedrijven als op het slachtproces. Bekend is dat vliegen een belangrijke besmettingsbron kunnen zijn op pluimveebedrijven. Het weren van vliegen, samen met een goede biosecurity zijn daarom belangrijke aandachtspunten. In Denemarken is toepassing van vliegennetten zeer effectief gebleken, maar de resultaten in een aantal andere landen vallen tot nu toe tegen. Dit heeft te maken met een belangrijke voorwaarde voor het effectief laten zijn van vliegennetten. Het is namelijk van cruciaal belang dat er goede biosecurity plaatsvindt bij de bedrijven (zodat niet alsnog via een andere besmettingsroute het pluimvee Campylobacter positief wordt). Het effect van vliegennetten zal in de Nederlandse situatie worden getest waarbij in 2015 is gestart met twee bedrijven die als testbedrijven zullen worden zijn ”genet’’.

Daarnaast worden mogelijkheden onderzocht om pluimvee te vaccineren tegen Campylobacter. Op het niveau van de slachterijen wordt gekeken naar methoden om de bacterie onschadelijk te maken en de besmettingsniveaus op pluimveevlees te verlagen, bijvoorbeeld door toepassing van aanvriezen of van ultrasone geluidsgolven.

Op de projectpagina Campylobacter de baas is meer te lezen over de invulling van de onderzoekslijnen.

Communicatie

Tijdens de hele looptijd van het project (tot eind 2018) zal er worden gecommuniceerd met de sector. Dit zal onder andere gebeuren in de vorm van artikelen, nieuwsberichten en bijeenkomsten. Ook is het mogelijk om onderzoekers te benaderen voor het geven van een presentatie over (de resultaten van) het onderzoek.