Nieuws

Caraïbisch netwerk van beschermde gebieden voor zeezoogdieren

Gepubliceerd op
14 mei 2014

Omdat zeezoogdieren over lange afstanden migreren, is een netwerk van beschermde gebieden essentieel voor hun behoud. Marine Spatial Planning (MSP)-technieken laten zien dat de wateren van Saba, St. Eustatius en St. Maarten van bijzonder belang zijn voor behoud van Caraïbische zeezoogdieren.

De oost-Caraïbische eilandenboog is regionaal belangrijk voor de natuurbescherming vanwege de concentratie aan zeezoogdieren. Hier krijgen de meeste bultrugwalvissen ook hun jongen. Het voornemen van de Nederlandse eilanden om hier een speciaal beschermingsgebied in te stellen, wordt toegejuicht door de buurlanden en vormt een goede basis voor de ontwikkeling van een nieuwe duurzame ecotoeristische attractie.

De grote zeezoogdieren van de Caraïbische zee werden al vroeg in de geschiedenis veelal uitgevist maar verschillende soorten komen nu weer langzaam terug. Deze grote spectaculaire en vreedzame zeedieren worden dan ook regionaal steeds belangrijker als toeristische attractie. Daarom hebben verschillende landen zoals de Verenigde Staten, Frankrijk en de Dominicaanse Republiek maatregelen genomen om de belangrijkste leefgebieden voor deze soorten te beschermen tijdens hun jaarlijkse trek door het gebied.

Marine Spatial Planning (MSP)-technieken door de UNEP CEP, laten zien dat het zeegebied van Saba, St. Eustatius en St. Maarten hierin van speciaal belang is, in een regio waar nog allerlei menselijke bedreigingen spelen. Dit zijn onder andere visnetten waar dieren in verstrikt raken, vervuiling en zelfs de gerichte jacht op bultruggen, grienden en dolfijnen.

De resultaten van de onlangs gehouden workshop op Puerto Rico, waar drie deelnemers van de eilanden Caraïbisch Nederland vertegenwoordigden, onderstrepen de noodzaak voor internationale samenwerking op het gebied van zeezoogdierbescherming en onderzoek. De buurlanden die al maatregelen hebben getroffen om gebieden tot reservaten en beschermingsgebieden uit te roepen, zien de plannen van de Nederlandse buureilanden om dit ook te doen, als een belangrijke ondersteuning van hun eigen initiatieven en hopen dat andere eilanden in de regio dit voorbeeld ook zullen volgen.