Liberia, corruptie, cooperatie

Nieuws

Corrupt dorpshoofd creëert ongeïnteresseerde boer

Gepubliceerd op
21 oktober 2015

Corruptie bij een dorpshoofd op het platteland van Liberia is fnuikend voor investeringen door de boerengemeenschap. Wanneer zo’n ‘chief’ echter zuiver op de graat is, zie je dat bij zijn dorpsgenoten terug in een enthousiaste investeringsbereidheid en werklust. Hulpprogramma’s in Afrika hebben ook baat bij corruptiebestrijding op microniveau, aldus ontwikkelingseconome Gonne Beekman. Zij promoveert 21 oktober aan Wageningen University met financiering uit het NWO-programma Conflict en veiligheid.

Liberia is op papier een steenrijk land met een schat aan natuurlijke hulpbronnen. Diamant- en goudmijnen, houtkap en rubberplantages zouden voor welvaart kunnen zorgen, ware het niet dat vroegere machthebbers – bekendste is de in 2003 afgetreden president Charles Taylor – vergaande concessies verleenden aan buitenlandse ondernemingen. Dat in ruil voor persoonlijke beloningen in plaats van heffingen die in de staatskas vloeien. Door de huidige democratisch gekozen regering is een begin gemaakt met de reconstructie van het land. Bestrijding van corruptie is daarbij essentieel.

‘Het effect van een ontwikkelingsproject dat de voedselzekerheid en het vertrouwen tussen dorpelingen beoogt te versterken, is op zijn best marginaal,’ aldus Gonne Beekman. ‘Lokale instituties spelen hierbij een rol: zij zijn hardnekkig en moeilijk te veranderen omdat ze verankerd zijn in de historie van het gebied. Maar beleidsmakers kunnen alternatieven wél ondersteunen. Daarvoor is goed begrip van de vergaande invloed van die plaatselijke omgangsvormen en werkwijzen belangrijk. Met name corrupt gedrag is moeilijk te onderzoeken: vragen erover stellen levert altijd subjectiviteit op. Ik heb een manier gevonden om corruptie meetbaar te maken.’ Haar bevindingen heeft ze opgetekend in het proefschrift ‘Local Institutions and Rural Development: Evidence from Liberia’.

Landbouwzaden en gereedschap

In totaal bezochten Beekman en assistenten na de 14-jarige burgeroorlog gedurende vier jaar 74 Liberiaanse dorpen. Zij kregen van een plaatselijk actieve ontwikkelingsorganisatie een deel van de uit te reiken landbouwzaden en gereedschap. In de dorpen overhandigden zij de afgemeten voorraad aan de lokale chiefs, met de mededeling twee dagen later terug te zullen keren om tot verdeling over te gaan. In de helft van de gevallen bleek er na terugkeer minder zaad te verdelen. Waar was het verschil gebleven? Naar alle waarschijnlijkheid hadden chiefs, overigens een onbezoldigde functie, de voorraad afgeroomd.
Beekman: ‘In de dorpen waar chiefs corrupt schenen, was de projectinput van dorpelingen minder. De andere helft, met een eerlijke chief, produceerde meer, beter en actiever. Met spelletjes onderzochten we dit. We deelden bijvoorbeeld publiek geld uit waarvan bewoners mochten bepalen óf het zelf te houden óf het in een gemeenschappelijke kas te stoppen. Daarbij beloofden wij op onze beurt de inhoud van die pot te verdubbelen. In dorpen met een eerlijk dorpshoofd stopten ze veel meer in de gezamenlijke pot. Kortom, een significant effect van corrupt gedrag aan de top op verminderde gemeenschapszin en inefficiënte investeringen. De kwaliteit van lokaal bestuur is dus van groot belang voor wederopbouw: corruptie onder dorpsleiders heeft een nadelig effect op investeringsbeslissingen van dorpelingen.’

Loterijspelletje

Tevens vermoedt Beekman dat hechte familiebanden in agrarische gemeenschappen voor desinteresse bij de boer zorgen. Familiebanden vormen vaak een morele verplichting om elke dollar winst te delen met minder vermogende verwanten. In een onderontwikkeld land als Liberia fungeert zo de familie als pensioenvoorziening en inkomens- en ziekteverzekering tegelijk. Wie geld heeft moet daarvan anderen onderhouden. Dat roept de vraag op: waarom zou je hard werken als je tóch moet delen?

Met een loterijspelletje, waarbij de deelnemer kon betalen om eventuele speelwinst geheim te houden, troffen de onderzoekers eenzelfde soort verband aan. Nauwe familiebanden binnen dorpen leiden tot meer geheimhouding en uiteindelijk tot inefficiëntie.
Beekman: ‘Slotsom is dat ondersteuning vaak niet bij de juiste personen terechtkomt. Hulpprogramma’s kunnen veel effectiever zijn, indien ze beter aansluiten bij bestaande lokale gewoontes en we voor vastgeroeste instituties alternatieven aanbieden.’
Gonne Beekman (1983) begon in 2009 aan haar promotieproject ‘Local Institutions and Rural Development: Evidence from Liberia’ aan Wageningen University, onder de hoede van prof. dr. ir. Erwin Bulte. Gonne Beekman werkt als postdoc aan impactevaluaties van ontwikkelingsprogramma’s in Liberia, Ethiopië, Kenia en Tanzania.