Persbericht

DNA-mutaties maken runderen mogelijk beter bestand tegen parasieten

Gepubliceerd op
29 juni 2018

Variaties in DNA blijken samen te hangen met de weerstand en bijvoorbeeld reukzin van verschillende Europese runderrassen. Onderzoekers van het Wageningen Animal Breeding & Genomics (ABG) leiden een studie naar deze zogenoemde ‘copy number variations’.

Een groep onderzoekers, onder leiding van Maulik Upadhyay van ABG, deed een uitgebreide studie naar ‘copy number variaties’ onder verschillende Europese runderrassen. Dit zijn mutaties in delen van het DNA, waarbij er stukjes ontbreken of verdubbeld zijn. Zulke mutaties kunnen verklaren hoe er verschillende rassen ontstaan en waar hun eigenschappen vandaan komen.

‘Onder Schotse Angus runderen,’ vertelt Upadhyay, ‘hebben dieren die beter bestand zijn tegen bepaalde rondwormen een verdubbeling in een stukje DNA gemeen. Wij maken aannemlijk dat deze mutatie ook in andere rassen voorkomt.’ De onderzoekers troffen daarvoor aanwijzingen aan in het DNA van de andere onderzochte rassen.

Variaties in vachtkleur

Copy number variaties blijken ook samen te hangen met de manier waarop sommige rassen reageren op het runderleukemievirus. Een andere variatie bij English Longhorns werd al bij Belgische witblauw en Galloway runderen in verband gebracht met het kleurpatroon van de vacht. Daarnaast zijn er indicaties dat de verdeling van dit soort mutaties samenhangt met de omvang van de populatie van runderrassen. Onder een grotere populatie zijn de mutaties mogelijk diverser.

Exploratief onderzoek

Het is belangrijk om dit soort onderzoek te doen, omdat copy number variaties bepalend kunnen zijn voor fysieke eigenschappen. Als een bepaalde mutatie wijst op een hogere melkproductie of vruchtbaarheid, kan die informatie gebruikt worden in fokprogramma’s.

‘Deze studie is bedoeld als een breed, exploratief onderzoek naar copy number variaties onder runderen. We hebben soorten onderzocht die nog niet in kaart zijn gebracht,’ vertelt Upadhyay. ‘Hiermee leggen we de fundering voor specifiek vervolgonderzoek. Hopelijk pakken collega’s onze resultaten op om te ontdekken wat de invloed is van deze mutaties.’