Nieuws

De ideale koe in een melkveehouderij met veel biodiversiteit

Gepubliceerd op
8 juni 2018

Een melkveehouderij met meer biodiversiteit vraagt om een probleemloos producerende koe die kruidenrijk ruwvoer of ruwvoer met een lagere kwaliteit het beste tot waarde kan brengen.

Dat was een belangrijke conclusie van een tweetal workshops met studenten en vertegenwoordigers van bedrijfsleven, kennisinstellingen, overheden en boeren, tijdens het symposium ‘Biodiversiteit en Melkveehouderij’ dat op 23 en 24 mei werd gehouden op Dairy Campus in Leeuwarden.

Biodiversiteit in de melkveehouderij

Biodiversiteit is een breed begrip. De meeste mensen denken als eerste aan de natuurlijke diversiteit van soorten planten en dieren of aan diversiteit in de ecosystemen en in onze omgeving. Maar de genetische diversiteit (op DNA niveau), de diversiteit aan rassen en de genetische diversiteit binnen rassen wordt door velen over het hoofd gezien. Dat is opvallend omdat  een brede genetische basis juist heel belangrijk is bij toekomstige veranderingen in productiesystemen, milieu- of marktomstandigheden.

Een toekomstige veehouderij met meer biodiversiteit of een veehouderijsysteem waar de biodiversiteit “voorop” staat, stelt specifieke eisen aan de koe. "DE" koe bestaat niet. Boeren en fokkerijorganisaties blijven continu bezig om de, voor hun productiesysteem en verwachte marktomstandigheden, ideale koe te fokken.

Landbouw van de toekomst

’Net als in de natuur is in de landbouw van de toekomst diversiteit het kernbegrip’, aldus Louise O. Fresco, Bestuursvoorzitter van Wageningen University & Research, in haar openingsspeech tijdens de eerste dag van het symposium. ‘De landbouw van de toekomst is in zijn fundamenten ecologisch’, benadrukte ze. ‘Het gaat om snappen en benutten van natuurlijke processen’.

Voor een grotere verscheidenheid aan veehouderijsystemen in de toekomst moet ook worden nagedacht hoe de genetische verscheidenheid tussen en binnen de runderrassen zo goed mogelijk kan worden benut. Denk daarom bij diversiteit ook aan nieuwe kansen voor oude landbouwhuisdierrassen, zoals ook Martin Scholten, algemeen directeur van de Animal Sciences Group, benadrukte.