Wetsvoorstel minder druk op nationale mestmarkt

Nieuws

Door nieuw wetsvoorstel minder druk op nationale mestmarkt

Gepubliceerd op
8 oktober 2014

In 2015 verdwijnt de melkquotering. Om te snelle groei van de melkveehouderij te voorkomen, heeft staatsecretaris Dijksma van Economische Zaken het wetsvoorstel Verantwoorde groei melkveehouderij ingediend. Dit betekent dat de melkveehouderij in de periode 2015-2020 vier miljoen kilo fosfaat per jaar meer moet laten verwerken van de geproduceerde mest. Hierdoor neemt het nationaal fosfaatoverschot af en zal de druk op de nationale mestmarkt lager zijn dan in een scenario zonder wetsvoorstel. Ook betekent invoering dat de melkveesector extra mestverwerkingsplicht zal overdragen aan de varkenssector. Dit blijkt uit een ex ante onderzoek van LEI Wageningen UR.

Het afschaffen van de melkquotering heeft een aantal gevolgen. Het aantal koeien zal toenemen en meer koeien betekent meer mest die verwerkt of afgezet zal moeten worden. De extra geproduceerde melkveemest heeft als mogelijk effect dat er minder varkensmest kan worden afgezet in Nederland. Door het extra aanbod op de mestmarkt, zullen de kosten om varkensmest af te zetten waarschijnlijk stijgen omdat moet worden uitgeweken naar duurdere afzetvormen.

Toename verwerkingsplicht voor melkveehouders

Uit het onderzoek blijkt dat het nieuwe wetsvoorstel leidt tot een toename van de verwerkingsplicht voor melkveehouders. Melkveehouders zullen deze extra plicht overdragen door extra vervangende verwerkingsovereenkomsten (VVO’s) af te sluiten met varkenshouders. Deze extra kosten voor de melkveehouderij komen ten goede aan de varkenshouderij. Hierdoor blijft het inkomenseffect van hogere afzetkosten in de varkenshouderij mogelijk beperkt. Voor de melkveehouder is een VVO economisch de meest aantrekkelijke optie voor de afzet van de extra geproduceerde mest.

Grond bijkopen

Naast verwerking kan grond bijkopen een manier zijn om de extra geproduceerde mest te plaatsen. Dit kan tot een grotere vraag naar grond leiden waardoor de grondprijs zou kunnen stijgen. Uit het onderzoek blijkt dat als het wetsvoorstel wordt ingevoerd het aantal koeien minder hard stijgt. Dit komt doordat het wetsvoorstel een kostenverhogend effect heeft. Hierdoor neemt de vraag naar grond ook iets af en kan de grondprijs zeer licht dalen ten opzichte van het scenario zonder wetsvoorstel. Het kostenverhogend effect zit in de hogere kosten voor mestafzet (inclusief VVO), vooral op de intensieve bedrijven.

Verder versterkt de afschaffing van het melkquota de trend van intensivering en schaalvergroting. Het wetsvoorstel remt deze trend in geringe mate af doordat de productiekosten bij uitbreiding relatief duurder worden voor de intensievere bedrijven door de verplichte extra mestverwerking. Het inkomenseffect van invoering van het wetsvoorstel is, met een daling van 1.000 tot 1.500 euro per jaar per onbetaalde arbeidskracht, beperkt.