Nieuws

Drie scenario’s grondgebondenheid melkveesector

Gepubliceerd op
12 december 2014

De staatssecretaris van Economische Zaken (EZ) heeft begin november een Nota van Wijziging bij het wetsvoorstel verantwoorde groei melkveehouderij aan de Tweede Kamer verzonden. Deze biedt de mogelijkheid om aanvullende voorwaarden te stellen aan de mate van grondgebondenheid van melkveebedrijven bij groei van de fosfaatproductie. Het ministerie van EZ heeft drie varianten geformuleerd om de grondgebondenheid te bevorderen. Het rapport ‘Scenario’s voor grondgebondenheid’ presenteert een verkenning van de effecten van deze drie beleidsvarianten binnen het wetsvoorstel verantwoorde groei melkveehouderij.

Afhankelijk van de variant zal maximaal 7% van de melkveebedrijven aanvullende maatregelen moeten treffen om de melkveestapel tot 2020 uit te kunnen breiden. Om deze groei te realiseren, zullen zij gemiddeld per bedrijf 9 tot 12 hectare extra grond moeten aankopen. In de beleidsvariant waarbij een maximum van drie graasdiereenheden per hectare geldt, moeten in tegenstelling tot de andere varianten ook de melkveehouders die niet groeien, produceren binnen de aanvullende voorwaarde. In deze variant moet 17% van de melkveebedrijven aanvullende maatregelen nemen zoals  gemiddeld 8 hectare per bedrijf extra te verwerven óf de melkveestapel met 20 melkkoeien per bedrijf te verminderen.

Beperken uitbreiding melkveestapel

De behoefte aan extra grond kan in de Zuidoostelijke provincies een flinke grondprijsstijging tot gevolg hebben. In de praktijk zullen melkveehouders daarom met name in de provincies met relatief hoge grondprijzen er voor kiezen om de uitbreiding van de melkveestapel te beperken omdat dit bedrijfseconomisch aantrekkelijker kan zijn en/of doordat zij beperkte financieringsmogelijkheden hebben.