Nieuws

Ecosysteemdiensten kunnen worden gekwantificeerd

Gepubliceerd op
21 januari 2015

Door de mens ingerichte en beheerde landschappen kunnen veel waardevoller zijn voor de samenleving dan nu het geval is, en wel door de levering van ecosysteemdiensten. Vandaag promoveert Alexander van Oudenhoven op zijn onderzoek hiernaar, onder andere in Noord-Brabant en op Java. Promotor is Rik Leemans, co-promotoren zijn Dolf de Groot en Rob Alkemade.

Alexander van Oudenhoven onderzocht de waarde van beheerde landschappen voor landbouwgebieden in Noord-Brabant, voor de wereldwijd voorkomende droge weidegronden, waar één miljard mensen voor hun levensonderhoud van afhankelijk zijn, en voor de sterk bedreigde mangrovebossen in Indonesië. “Voorwaarde voor die meerwaarde is wel dat bij het beheer van deze landschappen voldoende ruimte wordt gegeven aan natuur,” zegt hij.

In het beheer van Nationaal Landschap ‘Het Groene Woud’ (Noord-Brabant) staat al sinds 2000 de combinatie van landbouwproductie, recreatie, natuurbehoud en natuurherstel centraal. Cruciaal in dit beheer is het verbinden van natuurgebieden door groene landschapselementen als bermen, bomenrijen en hagen. Alexander van Oudenhoven: “Als dit beheer in het hele landschap zou worden toegepast, dan kan de natuur bijdragen aan de invang van zo’n 640 ton fijnstof, ofwel een lokale emissiereductie van 15 procent. Bovendien zijn bestuiving en natuurlijke plaagbestrijding dan zo’n 50 procent hoger in landbouwgewassen die binnen een kilometer bij de natuur worden geteeld.”

Voorbeelden van (van boven naar beneden) een beschermd mangrovebos, een mangrove bos omgezet tot aquacultuurvijvers en een 'hybride' vorm, waarbij herbeplanting van mangroven gecombineerd wordt met duurzame garnalenvangst (illustratie: Joost Fluitsma, JAM Visual Thinking)
Voorbeelden van (van boven naar beneden) een beschermd mangrovebos, een mangrove bos omgezet tot aquacultuurvijvers en een 'hybride' vorm, waarbij herbeplanting van mangroven gecombineerd wordt met duurzame garnalenvangst (illustratie: Joost Fluitsma, JAM Visual Thinking)

Wereldwijd zijn één miljard mensen in droge gebieden (regenval rond 350 mm per jaar) voor hun levensonderhoud afhankelijk van weidegronden, voornamelijk door het houden van vee. Jaarlijks draagt intensieve begrazing wereldwijd bij aan bodemverlies van zo’n 26 kruiwagens (1300 kg) en waterverlies van 400.000 liter per hectare ten opzichte van onbegraasde weidegronden. Het herstellen van natuurlijke weidegronden of het beperken van de begrazingsintensiteit kan bijdragen aan erosiebeperking en watervasthouding. Dit is van belang om wereldwijde verwoestijning tegen te houden, de overgang van natuurlijke vegetatie naar woestijn. In het dichtbevolkte Java staan mangrovebossen onder enorme druk, vooral vanwege grootschalige vis- en garnalenvijvers. “Van een hectare mangrovebos kan ruim een ton garnalen gevangen worden, evenveel als van een hectare visvijver,” zegt Alexander, “maar voor de visvijver zijn veel voer en bestrijdingsmiddelen nodig en een mangrovebos levert de vissen en garnalen ‘gratis’. Bovendien gaat de omzetting van een hectare mangrove naar vijver jaarlijks gepaard met een CO2-emissie van 250 ton, een gemis van recreatiemogelijkheden, en zo’n 20 ton brandhout en constructiemateriaal.” Daarnaast is een strook van 200 meter mangrovebos landinwaarts al genoeg om de meeste stormvloeden tegen te gaan en daarmee de levens van duizenden mensen te beschermen. Beleidsmakers in Java zijn inmiddels aan de slag gegaan met Van Oudenhoven’s aanbevelingen om ecosysteemdiensten mee te nemen in het landschapsbeheer.

Alexander van Oudenhoven: Quantifying the effects of management on ecosystem services