Effect fosfaatrechten op groeipotentie Koeien & Kansen-bedrijven

Nieuws

Effect fosfaatrechten op groeipotentie Koeien & Kansen-bedrijven

Gepubliceerd op
24 maart 2016

Op 2 juli 2015 heeft toenmalig staatssecretaris Dijksma aangekondigd dat de groei van de melkveestapel vanaf dat moment wordt beperkt. Dit gebeurt via instellen van fosfaatrechten. Begin 2016 zijn de contouren van het stelsel van fosfaatrechten voor melkvee zichtbaar. In een verkennende berekening kijken we hoe fosfaatrechten geïmplementeerd lijken te worden op de Koeien & Kansen-bedrijven, met de gevolgen voor hun groeimogelijkheden.

In 2015 kwam het bericht dat de fosfaatproductie van de Nederlandse melkveestapel boven het afgesproken “fosfaatplafond” uit kwam. Om te voorkomen dat de fosfaatproductie door de groei van de melkveestapel nog verder zou stijgen, kondigde staatsecretaris Dijksma van Economische Zaken in juli aan dat er fosfaatrechten zouden komen. Peildata van 31 december 2014 en 2 juli 2015 werden genoemd. Op dit moment (begin 2016) begint, na een brief van staatsecretaris Van Dam, enigszins duidelijk te worden hoe het stelsel van fosfaatrechten er uit gaat zien. De ingangsdatum van de fosfaatrechten is vastgesteld op 1 januari 2017. Vanaf dat moment mogen melkveehouders niet meer fosfaat produceren dan de hoeveelheid fosfaatrechten die aan hun is toegewezen.

De toewijzing van de fosfaatrechten gebeurt op basis van de veestapel die op 2 juli 2015 aanwezig was op het bedrijf (de vastgestelde peildatum). Het aantal koeien, pinken en kalveren wordt vermenigvuldigd met de forfaitaire productienormen van fosfaat. Per koe wordt uitgegaan van de gemiddelde melkproductie die in 2015 is gerealiseerd. Het resultaat van deze berekening is de forfaitaire productie van fosfaat per 2 juli 2015. Om de fosfaatrechten per 1 januari 2017 te bepalen vindt er een generieke korting plaats. Het exacte percentage is nog niet bekend, maar ieder bedrijf wordt gekort met 4 tot 8%. Bedrijven die op basis van hun forfaitaire productie minder fosfaat produceren dan hun plaatsingsruimte (extensieve bedrijven) worden gedeeltelijk gecompenseerd voor deze korting. Het compensatiepercentage is nog niet bekend.

Verkennende berekening

Voor Koeien & Kansen-bedrijven is een verkennende berekening gemaakt wat het stelsel van fosfaatrechten betekent voor hun bedrijf en voor de groeimogelijkheden. Mogen de bedrijven meer of juist minder koeien houden dan op 2 juli 2015? Om deze berekening uit te voeren zijn een paar aannames gemaakt. Er is gerekend met 6% generieke korting (dus voor alle bedrijven). Ingeschat is dat bedrijven zonder forfaitair fosfaatoverschot een gedeeltelijke compensatie voor deze korting krijgen van 4%. Bovendien hebben we aangenomen dat de KringloopWijzer gebruikt mag worden om de bedrijfsspecifieke fosfaatproductie in het betreffende jaar te bepalen.

In Figuur 1 zijn de berekende fosfaatrechten voor 2017 per bedrijf weergegeven. Daarnaast staat de fosfaatproductie waarmee het bedrijf mag rekenen. Voor bedrijven die geen voordeel met de KringloopWijzer halen, zal dat de forfaitaire productie zijn. Bedrijven die wel een voordeel hebben met de KringloopWijzer mogen de productie van fosfaat van de KringloopWijzer hanteren. Het verschil tussen de werkelijke fosfaatproductie en de toegekende fosfaatrechten bepaalt of een bedrijf extra koeien mag aanhouden, of juist niet.

Bij de toekenning van de fosfaatrechten is voor alle Koeien en Kansen-bedrijven een generieke korting van 6% ingerekend. De bedrijven 7 en 11 komen in aanmerking voor een compensatie omdat de fosfaatproductie lager is dan de plaatsingsruimte. Voor deze bedrijven is met 4% compensatie gerekend.

Toegekende fosfaatrechten (blauw) Koeien & Kansenbedrijven bij 6% generieke korting en 4% compensatie voor bedrijven zonder forfaitair fosfaatoverschot (bedrijven 7 en 11) in vergelijking met fosfaatproductie (groen) fosfaatproductie forfaitair berekend, rode staven: fosfaatproductie met Kringloopwijzer berekend)
Toegekende fosfaatrechten (blauw) Koeien & Kansenbedrijven bij 6% generieke korting en 4% compensatie voor bedrijven zonder forfaitair fosfaatoverschot (bedrijven 7 en 11) in vergelijking met fosfaatproductie (groen) fosfaatproductie forfaitair berekend, rode staven: fosfaatproductie met Kringloopwijzer berekend)

Figuur 1 laat zien dat er vier bedrijven zijn die geen voordeel bij de KringloopWijzer hebben (bedrijven 1, 4, 10, 11). Deze bedrijven zullen de forfaitaire normen voor fosfaat hanteren voor de berekening van de fosfaatproductie, als de KringloopWijzer in 2017 hetzelfde resultaat laat zien. In alle gevallen is deze hoger dan de toegekende fosfaatrechten. Ook bij bedrijf 11 die vanwege de extensieve bedrijfsvoering naast 6% generieke korting  4% compensatie krijgt. Een hogere fosfaatproductie dan de fosfaatrechten zal per 1 januari 2017 voor deze bedrijven betekenen dat ze, zonder extra maatregelen, minder koeien mogen houden dan op 2 juli 2015.

De overige 12 bedrijven hebben wel voordeel bij de KringloopWijzer en zullen hun fosfaatproductie met dat instrument willen bepalen. Ondanks het voordeel met de KringloopWijzer is de bedrijfsspecifieke productie van fosfaat voor 3 bedrijven nog hoger dan de fosfaatrechten (bedrijven 2, 5, 8). Deze bedrijven zullen per 1 januari 2017  minder koeien mogen houden dan op 2 juli 2015, als ze geen aanvullende maatregelen nemen (wanneer hun productie per koe niet wordt verlaagd of wanneer bijvoorbeeld minder jongvee wordt aangehouden).

Op 9 bedrijven is de KringloopWijzer productie van fosfaat lager dan de fosfaatnormen. Deze bedrijven hebben dus nog ruimte om meer vee te houden als de bedrijfsvoering niet is gewijzigd t.o.v. 2 juli 2015.

Figuur 2 laat zien welke bedrijven bij introductie van de fosfaatrechten op 1 januari 2017 minder koeien moeten gaan houden bij onveranderde fosfaatproductie per koe (incl. jongvee) en welke bedrijven nog groeiruimte hebben.

Maximaal aantal koeien per bedrijf na introductie fosfaatrechten per 1 januari 2017 ten opzichte van aantal koeien op 2 juli 2015 (bij onveranderde fosfaatproductie per koe incl. jongvee en onveranderde bedrijfsvoering)
Maximaal aantal koeien per bedrijf na introductie fosfaatrechten per 1 januari 2017 ten opzichte van aantal koeien op 2 juli 2015 (bij onveranderde fosfaatproductie per koe incl. jongvee en onveranderde bedrijfsvoering)

Figuur 2 laat zien dat op 2 juli 2015 de omvang van de veestapel 139 koeien was op het gemiddelde Koeien & Kansen-bedrijf. Per 1 januari 2017 heeft het gemiddelde Koeien & Kansenbedrijf ruimte om 146 koeien te houden binnen het stelsel van fosfaatrechten. Een gemiddelde groeiruimte van 7 koeien dus. Toch kunnen niet alle bedrijven groeien. Vooral de bedrijven 1, 4 en 10 moeten inkrimpen met respectievelijk 8, 12 en 8 koeien minder.

Binnen de fosfaatrechten hebben de bedrijven 7, 12, 14, 15 en 16 groeiruimte met respectievelijk 50, 27, 13, 15 en 10 koeien meer dan op 2 juli 2015. Vooral bedrijf 7 profiteert hiermee van het forse KringloopWijzer-voordeel.

Perspectief

Veel bedrijven hebben dus nog mogelijkheden om te groeien binnen het stelsel van fosfaatrechten, voor andere bedrijven zal dat moeilijker worden. Maar toch is het niet onmogelijk. Met een scherp mineralenmanagement, minder P voeren en minder jongvee houden is er ook voor bedrijven zoals 1, 4 en 10 mogelijk groeiruimte. Er zullen hiervoor wel inspanningen moeten worden gedaan.

Lukt het met verbetering van het mineralenmanagement niet, dan is er altijd nog de mogelijkheid om fosfaatrechten te kopen. Momenteel is er al volop speculatie over de (hoge) prijs hiervoor. Maar bij aankoop zal de staatsecretaris ook nog eens 10% afromen. Genoeg reden dus om scherp te zijn op de fosfaatproductie en goed de resultaten van de KringloopWijzer te analyseren! 

Disclaimer

De wetgeving over fosfaatrechten is nog niet compleet uitgewerkt. De wetgeving is nog in de ontwerpfase. De verkenning in dit artikel is daarom puur indicatief. Overigens is de uitwerking van dit artikel volledig gericht op de materie van de fosfaatrechten. Effecten en randvoorwaarden van de AMvB grondgebonden groei zijn hier niet bij betrokken. Het kan dus zo zijn dat de getoonde bedrijven binnen hun fosfaatproductierecht kunnen groeien, maar dat hiervoor eventueel extra grond of mestverwerking nodig is volgens de genoemde AMvB.