Emissie en spuittechniek: grote depositieverschillen

Nieuws

Emissie en spuittechniek: grote depositieverschillen

Gepubliceerd op
23 augustus 2016

Op de Open Dag van Proeftuin Randwijk van 18 augustus jl. vertelden onderzoekers over emissie en spuittechnieken in de fruitteelt. In het PPS-project Innovatieve efficiënte toedieningstechnieken onderzoeken onderzoekers van Wageningen UR, samen met de Nederlandse Fruittelers Organisatie (NFO), spuitmachine- en middelenfabrikanten en waterschappen een beter gebruik van toedieningstechnieken van gewasbeschermingsmiddelen.

Doel is meer spuitvloeistof in de boom te krijgen. “Slechts 30 tot 40% van de spuitvloeistof komt op het gewas,” aldus onderzoeker Jan van de Zande. “De rest belandt op de grond, terwijl ook een deel wegwaait.” Van vijf bestaande typen boomgaardspuiten bepaalden de onderzoekers de lucht- en vloeistofverdeling en waar de spuitvloeistof in en buiten de bomen terechtkomt. Daarna volgt verbetering en verdere ontwikkeling van deze spuitmachines.

Uit het onderzoek komen grote depositieverschillen naar voren. “De spreiding in de boom varieert bij een standaard dwarsstroomspuit met neveldop Albuz ATR Lila gemiddeld van 0,20 µl/cm2 in de broek tot 0,45 µl/cm2 in de kop van de boom (factor 2,5),” aldus fruitonderzoeker Pieter van Dalfsen. Ook verschillen spuitmachines met dezelfde spuitdoppen (standaard, 90% driftreducerend) en verschillende luchthoeveelheden onderling qua depositie in de boom. “Vermindering van spreiding van de depositie op de bladeren komt ten goede aan de bespuitingseffectiviteit en middelenbehoud voor de fruitteeltsector.”