Ervaringen delen om uitstoot van broeikasgassen te beperken

Nieuws

Ervaringen delen om uitstoot van broeikasgassen te beperken

Gepubliceerd op
8 september 2015

Deelnemers aan het project Koeien & Kansen hebben in de periode van 2010-2013 hun focus gelegd op het verminderen van broeikasgasemissies. De ervaringen en resultaten hiervan zijn gebundeld in K&K rapport 75 ’Minder gasvormige emissies op melkveebedrijf’.

Verschillende partijen in de agrosector tekende in 2008 het convenant ‘Schone en Zuinige Agrosectoren. Een van de afspraken was het verminderen van de uitstoot van broeikasgasemissie met 30 procent ten opzichte van het referentiejaar 1990. De Koeien & Kansen deelnemers toetsten de afgelopen jaren de haalbaarheid en de praktische inpasbaarheid. Bij het uitdragen van de resultaten bleek al snel dat het onderwerp ‘broeikasgassen’ ver afstond van de Nederlandse melkveehouderij. Uit een analyse bleek dat het gebrek aan ‘feeling’ met het thema ‘broeikasgassen’ hoofdzakelijk kwam door onbekendheid van het onderwerp. Het project Koeien & Kansen heeft daarop gereageerd door de communicatie nadrukkelijk op bewustwording te richten, waarbij de resultaten en bevindingen van de Koeien & Kansen deelnemers als praktische voorbeelden zijn gebruikt.

Reductie van broeikasgasemissies op het melkveebedrijf

Op het melkveebedrijf komt de broeikasgasemissie voor ongeveer 10% van kooldioxide (brandstof), 25% van lachgas (bemesting) en 65% van methaan (vertering voer en mestopslag). De vertering van voer bedraagt 50-55% van de totale broeikasgasemissie op het melkveebedrijf. Binnen Koeien & Kansen is door jarenlange focus op efficiënte bemesting de lachgasemissie bijzonder laag en dus lag in dit project de focus bij de deelnemers op de reductie van methaanemissie. Daarvoor zijn 13 voer- en diermanagementmaatregelen onderzocht op effectiviteit (reductie broeikasgas) en beleving (praktische toepasbaarheid).

Beleving bij emissiebeperkende maatregelen

Bedrijfsomstandigheden en vakmanschap van de ondernemer bepalen in grote mate de effectiviteit van maatregelen. Daarom is het belangrijk om over voldoende maatregelen te kunnen beschikken. De resultaten en ervaringen waren per maatregel zeer verschillend, maar voor ieder bedrijf zijn er wel maatregelen die toepasbaar zijn. Echter, het blijkt lastig om in de praktijk te bepalen in hoeverre een maatregel zinvol is. Gasvormige emissies zijn ongrijpbaar waardoor de meeste Koeien & Kansen ondernemers en hun adviseurs het een ingewikkelde materie vinden. Dat werd aanzienlijk verbeterd door de maatregelen te koppelen aan het verbeteren van de voerefficiëntie en goed diermanagement. Daarmee werden de maatregelen vertaald naar de dagelijkse praktijk, grijpbaar voor de ondernemer, goed uit te voeren en bovendien kosteneffectief.

In de praktijk liepen de Koeien & Kansen deelnemers tegen het feit aan dat er op bedrijfsniveau veel wisselwerking is: wat goed is voor de reductie van methaanemissie, is niet altijd goed voor de koe als herkauwer. Ze misten een eenvoudige tool om inzicht in die interacties te krijgen en zo het optimum te bepalen. Daar is dus hulp bij nodig. De voeradviseur kan daarbij een belangrijke partner zijn, maar dat wordt zo nog niet ervaren door de mengvoerindustrie.

Meer kennis nodig over ‘broeikasgasemissies’

De bereidheid om reducerende maatregelen in het dagelijkse bedrijfsmanagement op te nemen is bij de brede praktijk nog gering. Dit komt vooral door de grote variatie in bedrijfstypen, waardoor een individuele ondernemer slecht kan beoordelen of een maatregel zinvol en kosteneffectief is voor het eigen bedrijf. De Koeien & Kansen ondernemers geven aan dat het doorrekenen van de maatregelen voor enkele voorbeeldbedrijven verbetering kan geven van het begrip met betrekking tot emissie-effect en de economische consequenties van de maatregelen. Dit is een eerste stap naar bewustwording en dat moet uiteindelijk leiden tot gedragsverandering bij zowel de ondernemer als bij de erfbetreders.

Meer informatie

Het volledige onderzoek is te lezen in het rapport:

K&K Rapport 75: Minder gasvormige emissies op melkveebedrijf, Praktijkervaringen met voer- en diermanagement als sturing voor methaan en ammoniak.