Nieuws

Europa stelt maatschappelijke acceptatie Biobased Economy centraal

Gepubliceerd op
21 oktober 2014

De Biobased Economy heeft in Amerika meer wind in de rug dan in Europa, concludeerde econoom Hans van Meijl (LEI) na het congres van de vereniging van Europese landbouweconomen (EAAE) in Ljubljana eind augustus. Waar Amerikanen zich vooral laten leiden door economie en geopolitiek, zijn Europese beleidsmakers beducht voor de maatschappelijke gevolgen op langere termijn.

Tijdens het congres van de EAAE bediscussieerden economen de verschillen in beleid rond de Biobased Economy in de EU en de VS. “Een belangrijk verschil is de ‘Food versus Fuel’ discussie, die in de Verenigde Staten een veel kleinere rol in de plannen van de overheid speelt”, zegt Van Meijl. “Hogere voedselprijzen en lagere olieprijzen zijn voordelig voor de Amerikaanse handelsbalans, aangezien de VS netto exporteur van voedsel en importeur van olie is. De biobrandstoffen passen ook in het streven van de regering Obama om minder afhankelijk te worden van het Midden Oosten en Rusland.” Van Meijl geeft aan dat deze discussie in Europa een veel grotere rol speelt. “Er vindt een stevig debat plaats, aangezien onder andere natuur- en ontwikkelingshulporganisaties zich zorgen maken over de vraag of biobrandstoffen niet zullen leiden tot hogere voedselprijzen en een toenemende druk op natuurgebieden. De Europese Unie schroefde daarom in haar meest recente plannen haar ambitie om in 2020 verplicht 10 procent biobrandstof bij te mengen terug tot 5% voor op voedsel gebaseerd biobrandstoffen.”

Economisch, ecologisch én sociaal perspectief

Van Meijl werkt nu in opdracht van de EU aan een analysekader waarin maatschappelijke gevolgen van de Biobased Economy centraal staan.  Europese beleidsmakers zijn volgens hem bang voor een scenario dat lijkt op dat van genetische modificatie van landbouwgewassen. Daarbij werd de publieke weerstand zo groot, dat de technologie in Europa praktisch in de ban is gedaan. De heersende overtuiging in Europa inzake een goede transitie naar een Biobased Economy is dan ook dat het onderwerp integraal benaderd moet worden. Van Meijl: “LEI Wageningen UR heeft een analysekader ontworpen met indicatoren om naast de economische gevolgen ook de ecologische en sociale gevolgen van de Biobased economy te analyseren.” Een goede analyse van de maatschappelijke gevolgen moet ervoor zorgen dat er draagvlak blijft voor de Biobased Economy. Critici richten zich overigens met name op het gebruik van biobrandstoffen en bioenergie binnen de Biobased Economy. Het streven naar het gebruik van biobased materialen is veel minder omstreden. 

Samen investeren in een sterke economie en samenleving

De EU investeert flink in de ontwikkeling van biobased materialen en heeft 1 miljard uitgetrokken om de bouw van productiefaciliteiten te stimuleren. Op deze manier kan Europa een daadwerkelijke start maken met de opbouw van een Biobased Economy. Het Biobased Industries Consortium (BIC), met als leden onder andere DSM, Corbion en Unilever heeft toegezegd daar 3 miljard bij te leggen. Van Meijl: “Het is er de industrie veel aan gelegen om te laten zien dat ze serieus werk willen maken van de Biobased Economy, voor versterking van de industrie en de Europese samenleving.”