Nieuws

Evaluatie UDD-regeling antibiotica: knelpuntaandoeningen als problematisch ervaren

Gepubliceerd op
28 januari 2016

Veehouders en dierenarts ervaren het vervallen van de mogelijkheid om direct 2e keus middelen in te zetten bij knelpuntaandoeningen als problematisch. Daarnaast bestaat behoefte aan een meer sectorspecifieke invulling en vermindering van de administratieve lasten. Dat blijkt uit de in 2015 uitgevoerde evaluatie van de UDD-regeling door onderzoekers van Wageningen UR Livestock Research.

In maart 2014 is de UDD-regeling in werking getreden, waarin is bepaald dat antibiotica alleen door dierenartsen voorgeschreven en toegediend mogen worden. Onder strikte voorwaarden mag een veehouder zelf antibiotica voorhanden hebben en toepassen, waaronder ook 2e keusantibiotica voor een beperkt aantal aandoeningen die door de betreffende sectoren als knelpunt benoemd zijn. Deze laatste uitzondering kent een overgangstermijn en komt per 1 maart 2016 te vervallen. Wageningen UR Livestock Research heeft een evaluatie van de UDD-regeling uitgevoerd, om de vooruitgang in het terugdringen van de knelpuntaandoeningen die vallen onder de uitzondering op de UDD-regeling, binnen de melkvee-, vleeskalveren en varkenssector vast te stellen. Aanvullend is de praktische uitvoerbaarheid van de UDD-regeling geëvalueerd in de genoemde sectoren, aangevuld met de vleeskuikensector.

Harde gegevens over het vóórkomen van de knelpuntaandoeningen ontbreken, aangezien deze niet centraal geregistreerd worden. In 2014 is het 2e keus antibioticumgebruik voor (onder meer) de knelpuntaandoeningen in alle drie de genoemde sectoren afgenomen, deze daling was echter al voor de inwerkingtreding van de UDD-regeling ingezet. Het aantal bedrijven dat deze middelen gebruikte is in de melkvee- en varkenssector afgenomen (melkvee: gehalveerd tot 30%; zeugen/biggen van 81% naar 63%, vleesvarkens van 37% naar 21%). In de vleeskalverhouderij is het aantal bedrijven dat deze middelen gebruikte stabiel gebleven. Op een groot deel van de bedrijven zijn bedrijfsspecifieke preventieve maatregelen genomen (bv. in voerkwaliteit, klimaat, hygiëne) voor een betere diergezondheid en het terugdringen van de knelpuntaandoeningen. Bij een aantal aandoeningen (zoals bij Streptococcus suis meningitis bij varkens en luchtwegaandoeningen bij vleeskalveren) is echter onvoldoende kennis van het effect van preventieve maatregelen aanwezig. Meer kennis en kennisuitwisseling over effectieve interventies is nodig. Dierenartsen en veehouders in alle drie de sectoren geven aan dat de vervaldatum van 1 maart 2016 in de praktijk problematisch is voor het snel en adequaat kunnen behandelen van dieren met deze knelpuntaandoeningen.

De evaluatie van de praktische uitvoerbaarheid laat zien dat de UDD-regeling als te weinig sectorspecifiek en te weinig stimulerend wordt ervaren. Belangrijke aspecten die verbeterd moeten worden zijn o.a. de administratieve belasting, afvoer van antibiotica en de wisselwerking met andere regelgeving. Daarnaast is een helder interpretatie- en handhavingskader nodig, een betere communicatie van de regeling, waaronder ook naar veehouders en adviseurs.