Extreme kokkelsterfte op droogvallende platen Nederlandse kustwateren

Nieuws

Extreme kokkelsterfte op droogvallende platen Nederlandse kustwateren

Gepubliceerd op
22 augustus 2018

Kokkels zijn massaal gestorven op de droogvallende platen in de Waddenzee, de Oosterschelde en de Westerschelde. Dit is vastgesteld in de periode van 25 juli tot 15 augustus door onderzoekers van Wageningen Marine Research (WMR) en visserijkundige ambtenaren in de Waddenzee en Zeeuwse wateren. Op veel plaatsen waren de platen bezaaid met stervende en pas gestorven kokkels, al dan niet met het vlees nog in de schelpen. De meest voor de hand liggende doodsoorzaak lijkt de buitengewoon lange hittegolf. De extreem hoge kokkelsterfte is slecht nieuws voor vogels en vissers.

Hittegolf meest voor de hand liggende doodsoorzaak

Kokkels kennen van nature een hoge sterfte. Maar wat zich in juli en begin augustus dit jaar heeft voorgedaan is uitzonderlijk en sinds 1990 niet eerder waargenomen. Vanaf dat jaar begon Wageningen Marine Research, in opdracht van het ministerie van LNV, met de jaarlijkse inventarisatie van kokkelbestanden in de Nederlandse kustwateren. De meest voor de hand liggende doodsoorzaak lijkt de buitengewoon lang aanhoudende hittegolf in 2018, hoewel andere oorzaken nog niet uitgesloten zijn. Dit maken de onderzoekers van WMR op uit een combinatie van factoren. Zo heeft de sterfte zich in alle zoute kustwateren voorgedaan waar kokkels voorkomen op droogvallende platen. Dit wijst erop dat de sterfte is veroorzaakt door omstandigheden die tegelijkertijd in zowel de Waddenzee als de Zeeuwse wateren aanwezig waren. “Als een ziekte of milieuvervuiling de boosdoener was geweest, dan zou de sterfte waarschijnlijk meer plaatselijk zijn” volgens WMR-onderzoeker Karin Troost. “Daarnaast heeft de sterfte zich voorgedaan aan het eind van de buitengewoon lange hittegolf. Op 27 juli werd in Vlissingen een maximum temperatuur van 36,8°C gemeten.”

Uit een Portugese studie uit 2015 bleek dat 100% van de kokkels stierf als ze zes uur lang werden blootgesteld aan een temperatuur van 35°C. Het is mogelijk dat de kokkels in de Oosterschelde aan dergelijke hoge temperaturen zijn blootgesteld gedurende de uren rond laagwater. Omdat de bovenste sedimentlaag en stilstaand water op de plaat dan snel op kunnen warmen. Visserijkundige ambtenaar Harry Heidekamp heeft op 2 augustus een maximale temperatuur van 30,9°C gemeten in het laagje zeewater dat bij laagwater nog op een plaat in de Oosterschelde stond, terwijl die dag in Vlissingen een maximale luchttemperatuur van (slechts) 25,6°C is gemeten (www.knmi.nl).

Omdat een ziekte of infectie als oorzaak niet kan worden uitgesloten zijn, in samenspraak met de Nederlandse Voedsel en Warenautoriteit, vanuit de Oosterschelde monsters genomen. Deze zijn voor onderzoek aangeboden aan het Laboratorium voor vis-, schaal- en schelpdierziekten van Wageningen Bioveterinary Research in Lelystad. De uitkomst daarvan wordt begin september verwacht.

kokkelsterfte.jpg

Slecht nieuws voor scholeksters en handkokkelvissers

De extreem hoge kokkelsterfte is slecht nieuws voor vogels en vissers. Scholeksters hebben voldoende schelpdieren nodig als voedselbron, om goed de winter door te komen. Kokkels zijn een belangrijk onderdeel van hun dieet. Voor handkokkelvissers in de Waddenzee werd de visserij dit jaar al krapper. Omdat de bestandsschatting voor het najaar van 2018 voor het eerst sinds 2011 onder de drempelwaarde voor een ‘kokkelrijk’ jaar uitkomt. Dit betekent dat er beperkende maatregelen genomen moeten worden. Zo wordt het aantal schepen dat in de zogeheten ‘lotingsgebieden’ mag komen, verminderd van drie naar twee. Vanwege de extreme zomersterfte zijn er nu nog minder kokkels op te vissen.

Zomersterfte precies in een jaar met juist veel kokkelbroed

“De zomersterfte treedt uitgerekend op in een jaar waarin weer veel kokkelbroed, dus kokkels geboren in 2018, gezien werd in de Waddenzee en Oosterschelde”, volgens Troost. In de Waddenzee stamt de laatste grote broedval uit 2011. De verwachting dat zich rond 2018 een nieuwe grote broedval zou voordoen - omdat dit sinds het eerste meetmoment 1990 ongeveer om de 6-8 jaar is gebeurd - leek deze zomer uit te komen. Over grote oppervlakken werd door de visserijkundige ambtenaren, de Waddenunit van het ministerie van LNV en kokkelvissers nieuw broed gezien. Hoewel het broed ten opzichte van de oudere kokkels vrij goed lijkt  te overleven, is nog niet in te schatten hoeveel hiervan daadwerkelijk over zal blijven. Mocht ook het broed uiteindelijk niet goed overleven, dan zou het misschien weer zeven jaar kunnen duren voor er weer een nieuwe grote broedval komt en kokkelbestanden zich kunnen herstellen.

Herbemonsteringen en bestandsschattingen ingepland

De komende weken voert WMR samen met visserijkundige ambtenaren vanuit regio Zuidwest Nederland en de Waddenunit een herbemonstering uit in de Oosterschelde en Waddenzee. Hieruit moet blijken hoeveel kokkels er gestorven zijn en of bepaalde leeftijdsklassen harder zijn getroffen dan andere. WMR maakt ook een inschatting van de bestandsomvang in het najaar 2018. Om te weten hoeveel kokkels er dan nog aanwezig zullen zijn als voedsel voor vogels en mensen.