Financiële prikkels in landbouw kunnen leiden tot betere waterkwaliteit

Persbericht

Financiële prikkels in landbouw kunnen leiden tot betere waterkwaliteit

Gepubliceerd op
22 november 2016

Financiële prikkels kunnen worden ingezet bij het terugdringen van watervervuiling vanuit de landbouwsector. Een combinatie van subsidies, heffingen en boetes kan bijdragen aan een lagere belasting van het watermilieu, de financierbaarheid van maatregelen voor de overheid en de betaalbaarheid van waterbeheer op de lange termijn. Dit blijkt uit onderzoek van Wageningen Economic Research in opdracht van het ministerie van Infrastructuur en Milieu.

Op basis van bestaande data en enkele expertinterviews identificeerden de onderzoekers bestaande, maar vooral ook nieuwe financiële instrumenten die invulling geven aan het ‘vervuiler betaalt’-principe: gewenst gedrag wordt beloond, vervuilend gedrag wordt belast. Er is breed gekeken naar maatregelen die de uiteindelijke emissie van schadelijke stoffen verminderen: minder aanvoer op het bedrijf, maatregelen op het bedrijf die de noodzaak van gebruik verminderen of financiële prikkels rond het lozen van (afval)stoffen.

Regelgeving effectief in terugdringen van emissies

Naar verwachting zullen ondernemers meer moeite doen om heffingen te voorkomen dan om bonussen of premies te ontvangen. Deze kennis kan worden ingezet om het effect van beleidsinterventies te vergroten. Voor een maximaal effect zijn naast financiële prikkels ook andere instrumenten van belang voor gedragsbeïnvloeding, zoals educatie en wet- en regelgeving. Met name regelgeving is al zeer effectief gebleken in het terugdringen van emissies. De onderzoekers plaatsen ook een kanttekening bij hun bevindingen: veel instrumenten die gericht zijn op het ‘vervuiler betaalt’-principe vereisen een groot controleapparaat. Als die instrumenten worden ingezet moet er wel de bereidheid én de capaciteit zijn om te handhaven.

Instrumenten niet geïsoleerd inzetten

Doel van de financiële prikkels  is het beperken van emissies van nutriënten, gewasbeschermingsmiddelen en biociden, diergeneesmiddelen en zware metalen naar het water. In het rapport wordt per vervuilende stofcategorie (bijvoorbeeld ‘nutriënten’) inzicht gegeven in de aangetoonde of verwachte effectiviteit van beschreven instrumenten (zoals ‘mestbeleid’ en ‘fosfaatrechten’). Belangrijk is dat nieuwe instrumenten niet geïsoleerd geïntroduceerd worden, maar in samenhang met andere nieuwe en bestaande instrumenten. Bij nutriënten gebeurt er bijvoorbeeld al veel om het overschrijden van het fosfaatplafond te voorkomen, en bij antibiotica om de volksgezondheidsrisico’s van antibioticaresistentie te verminderen. Nader onderzoek moet uitwijzen in hoeverre voorgestelde instrumenten passen in bestaande beleidskaders en waar nieuwe instrumenten ontwikkeld moeten worden.