KWIN Glastuinbouw 2014 - 2015

Nieuws

Kwantitatieve Informatie voor de Glastuinbouw 2014-2015 (KWIN Glastuinbouw)

Gepubliceerd op
8 december 2014

Kwantitatieve Informatie voor de Glastuinbouw 2014 - 2015 (KWIN Glastuinbouw) is verschenen met kengetallen voor groenten-, snijbloemen- en potplantenteelten.
Uit de nieuwe KWIN Glastuinbouw blijken de verschillen in kostprijs tussen wel of geen gebruik van WKK (warmte-krachtkoppeling) bijna weg te vallen, de CO2-voetafdruk met gebruik van WKK voor de warmtevraag blijft nog wel gunstiger. Bij verschillende teelten ligt de gemiddelde bedrijfseconomische kostprijs boven de gerealiseerde verkoopprijs. De schaalgrootte van de bedrijven blijft toenemen, het areaal van de belangrijkste teelten is iets gekrompen.

Dit is te lezen in de 23ste editie van het periodieke naslagwerk Kwantitatieve Informatie voor de Glastuinbouw, die vandaag bij Wageningen UR Glastuinbouw is verschenen. In deze versie zijn gegevens opgenomen over het verloop van de arealen van de verschillende teelten, richtprijzen voor de bedrijfsuitrusting en voor de belangrijkste gewassen een berekening van de opbrengsten, de kosten en het bedrijfsresultaat.

Hulpinstrument voor de verkoop van de tuinder

Het bedrijfsresultaat wordt nu berekend op basis van de gemiddelde bedrijfseconomische kostprijs. Deze kostprijs is juist genoeg om net geen winst te maken, maar wel alle kosten vergoed te hebben. Voor een gezonde bedrijfsvoering moet de verkoopprijs hoger liggen. Met deze gemiddelde kostprijsberekening krijgt de tuinder een hulpinstrument in handen bij verkoop van zijn producten.

Berekening bedrijfseconomische kostprijs

KWIN Glastuinbouw 2014 - 2015

Voor de gemiddelde bedrijfseconomische kostprijs is een berekening gemaakt van de productiekosten en het aandeel van de vaste kosten. Deze kosten zijn toegerekend aan de aanvoer in de betreffende aanvoerperiode. Voor de groenten en snijbloemen is deze kostprijs berekend voor elke aanvoerperiode van vier weken of verschillende plantingen. Voor de planten is de productie van 1.000 planten berekend.

Omdat er steeds meer vraag is naar het milieueffect van de teelten is bij elke teelt de CO2 voetafdruk berekend, opgedeeld over de verschillende productiefactoren.

Bij het samenstellen van dit naslagwerk kwamen de volgende bevindingen naar boven.

Sectorbreed

  • Schaalvergroting zet door. Het areaal bestaat voor 66% uit bedrijven groter dan 3 ha en voor 48% groter dan 5 ha
  • Het groente-areaal neemt nu ook af. Het areaal tomaat groeide in de periode 2000 tot 2013 met 56%, de arealen tros en cherry tomaat zijn in die periode verdubbeld en ten koste van de groep vlees en ronde tomaat. Tot 2010 groeide het areaal paprika met 22% t.o.v. 2000, sindsdien is het areaal 14% afgenomen. Het aandeel groen is afgenomen ten gunste van rood
  • Het snijbloemen-areaal neemt af. Met name de arealen bij de roos en chrysant zijn met respectievelijk 60% en 40% gekrompen
  • Het areaal bloeiende potplanten kende een sterke groei van 40% sinds 2000, maar dit stabiliseert de laatste jaren.

Bedrijfseconomisch

  • Verschillen in teeltwijzen geven verschillen in kostprijs en leiden tot grote verschillen in de CO2 voetafdruk
  • Bij verschillende teelten ligt de gemiddelde bedrijfseconomische kostprijs boven de gerealiseerde verkoopprijs
  • Het gunstige effect op de kostprijs van het gebruik van WKK is door de lagere terugleverprijs afgenomen, maar gebruik van WKK heeft nog wel een gunstigere CO2 voetafdruk.