Nieuws

Gebruik van antibiotica en wormmiddelen in de schapenhouderij: van goed naar beter!

Gepubliceerd op
23 maart 2016

Het antibioticumgebruik in de schapenhouderij is relatief laag, maar kan verder worden geoptimaliseerd. Voor inzet van wormmiddelen bij schapen is nu ook een dierdagdosering berekend.

De schapensector richt zich binnen de PPS Kleine Herkauwers (een samenwerkingsverband met het ministerie van EZ) op versterking van de diergezondheid en kwaliteit op schapenbedrijven. Eén van de aandachtspunten is verdere optimalisatie van het gebruik van antibiotica en wormmiddelen. Livestock Research en Centraal Veterinair Instituut van Wageningen UR hebben samen met de Gezondheidsdienst voor Dieren en de Faculteit Diergeneeskunde van de universiteit van Utrecht het onderzoek uitgevoerd. Hierbij zijn schapenhouders in een internetenquete rechtstreeks gevraagd naar de omvang en kenmerken van het gebruik van antibiotica en wormmiddelen op hun bedrijf. De focus lag bij verbruiksgegevens en redenen van verbruik, er is niet gekeken naar een mogelijke relatie tussen een laag of hoog antibioticumgebruik en kenmerken zoals dierenwelzijn of productiekengetallen. Ruim 125 schapenhouders reageerden, zowel kleine, middelgrote als grote bedrijven en uit verschillende gebieden van Nederland.

Relatief laag antibioticagebruik

Uit de enquête onder schapenhouders blijkt dat het overall gebruik van antibiotica ook in 2013 relatief laag was: een gemiddelde dierdagdosering van 0,87. Daarbij valt op dat kleine bedrijven (minder dan 25 schapen) het vaakst nulverbruiker zijn (90% van de kleine bedrijven), dus in het geheel geen antibiotica van de dierenarts hebben ontvangen. Onder de middelgrote (25-100 schapen) en grote schapenbedrijven (meer dan 100 schapen) komen bijna geen nulverbruikers voor. Als kleine bedrijven wel antibiotica gebruiken, hebben ze gemiddeld echter een duidelijk hogere dierdagdosering dan middelgrote en grote bedrijven (1,55 tegenover respectievelijk 1,26 en 0,93). Binnen het overall lage gebruik van antibiotica is het aandeel 2e keus middelen op schapenbedrijven relatief hoog: 50% van alle antibiotica waren in 2013 op de geënquêteerde bedrijven 2e keus middelen. Voor 2e keus middelen geldt een nee-tenzij strategie: ze mogen alleen door de dierenarts worden voorgeschreven als 1e keus middelen niet of onvoldoende werkzaam zijn. Dat laatste moet de dierenarts kunnen onderbouwen.

Indicaties antibiotica

De top-vier indicaties waartegen de meeste antibiotica zijn ingezet, zijn uierontsteking, behandelingen rondom de geboorte, klauw- en gewrichtsaandoeningen en luchtwegaandoeningen. Tegen de eerste drie indicaties zijn ook de meeste 2e keus middelen ingezet. Om de diergezondheid in de schapenhouderij te versterken en het antibioticumgebruik verder te optimaliseren is het zinvol om deze aandoeningen bij voorrang aan te pakken.

Middelen tegen wormen en parasieten

Het onderzoek heeft een eerste indicatie opgeleverd van een gemiddelde dierdagdosering per jaar voor middelen tegen inwendige parasieten zoals maag-darmwormen en leverbot. De gemiddelde dierdagdosering in de groep respondenten bedraagt 2,53 in 2013. Ruim 13% van de schapenhouders heeft helemaal geen wormmiddelen ingezet. Dit zijn bijna allemaal kleine houders. Net als het geval was voor antibiotica hebben de kleine schapenhouders die geen nulverbruiker zijn duidelijk hogere dierdagdoseringen voor wormmiddelen dan middelgrote en grote bedrijven. Het is zinvol om na te gaan of de minimale verpakkingsgroottes van middelen hier een rol bij spelen.

Het rapport geeft verschillende andere aanknopingspunten voor versterking van de diergezondheid en verdere optimalisatie van het medicijngebruik in de schapenhouderij.

Rapport:

Het onderzoek is gefinancierd door het ministerie van EZ en het Productschap voor Vee en Vlees in het kader van de PPS Kleine Herkauwers, onderdeel schapen (TKI-Agrifood-12074).