Gebruik van reststromen van vis helpt eiwitten efficiënt te benutten

Nieuws

Gebruik van reststromen van vis helpt eiwitten efficiënt te benutten

Gepubliceerd op
12 februari 2015

In veel Afrikaanse landen is er een groot tekort aan dierlijk eiwit (onder andere voor vee- en visvoer). Ook is er behoefte aan het efficiënt omgaan met eiwitbronnen. De industriële visverwerking of kleinschalige visserij leidt in veel landen tot reststromen of liever bijproducten. Deze bijproducten zijn prima te benutten als dierlijke eiwitbron. Wellicht biedt een conserveringsmethode als vissilage mogelijkheden.

In veel landen vinden al legio stromen hun weg direct of indirect naar de consument. In landen met een lage visconsumptie is dit echter nog niet overal het geval. Een groot driejarig onderzoeksproject, met IMARES Wageningen UR als onderzoekspenvoerder, gaat op zoek naar de antwoorden.

Probleem bij de benutting van reststromen is dat er vaak geen efficiënte, kleinschalige en betaalbare manier bestaat om deze waardevolle eiwitten om te zetten in bruikbare dierlijke voeders, zoals voor viskweek en veeteelt. Vismeelproductie is een bekende manier, maar dit is alleen haalbaar op grote schaal, met hoge kapitaalinjecties. Een door het ministerie van Economische Zaken (een Publiek-Private-Samenwerking in het topsectorenbeleid) en de industrie gefinancierd project zoekt naar een oplossing. Aan het consortium nemen deel: Wageningen UR (IMARES en Livestock Research), drie kennisinstellingen in Oost Afrika (EIAR in Ethiopia, KALRO en KMFRI in Kenya), ProZee Techno Services B.V., GEA Westfalia Separator Nederland B.V., Habo Tuna Factory in Somalia, Wananchi Marine Products (Kenya) Ltd, Selko Feed Additives, onder leiding van Rain Bow Agro.

Vissilage

Wellicht biedt een conserveringsmethode als vissilage (gestabiliseerd door zuurtoevoeging) mogelijkheden. De al langer bestaande manier om visresten te conserveren kan nieuw leven worden ingeblazen. Een driejarig project is gericht op de ontwikkeling en verbetering van deze technologie.  Door het vissilageproces te verbeteren en het gebruik van de zuren te optimaliseren kan vis, ongekoeld tot wel zes maanden houdbaar blijven. In dit traject zal een vissilageproductie in Oost-Afrika (Somalië) opgezet worden om de waardevolle reststromen uit een tonijnverwerkingsfabriek te benutten als vissilage. Tevens zal de toepasbaarheid van het vissilage in dierlijke voeders worden getoetst als voer voor de aquacultuur en als (pluim)veevoer (in Kenya en Ethiopië).

Met deze sillagetechniek wordt een onderbenutte reststroom in geringe volumes, tegen lage kosten met minder energieverbruik haalbaar. Dit betekent dat deze methode lokaal gebruikt kan gaan worden, voor kleine regio’s en dorpen, maar ook geïntegreerd kan worden in een grootschalige productie.

Dit traject komt de voedselzekerheid, voedsel beschikbaarheid en de vraag naar dierlijke eiwitproducten in Afrika ten goede. Indien de hernieuwde technieken bewezen kunnen worden dan zullen ze op uitgebreidere schaal uitgerold worden. Deze pilot moet de praktische haalbaarheid uitwijzen. De kansen voor toepassingen onder Nederlandse omstandigheden worden onderzocht in aparte nationaal georiënteerde projecten.