Nieuws

Gedwongen arbeid in 19e-eeuws Java kostte veel levens

Gepubliceerd op
21 december 2021

In de 19e eeuw moesten Javaanse boeren gedwongen werken op de plantages voor een laag loon. Dit was een economisch succes, maar kostte veel levens. Dit is te lezen in het onderzoek van Pim de Zwart, Daniel Gallardo-Albarrán en Auke Rijpma met de naam: ‘The Demographic Effects of Colonialism: Forced Labor and Mortality in Java 1834-1879’ uitgevoerd door Wageningen University & Research (WUR) en Universiteit Utrecht.

Uit dit onderzoek blijkt dat er een significante en positieve relatie bestond tussen het aantal arbeiders in het Cultuurstelsel en het ruwe sterftecijfer aldaar. Een voorbeeld: in 1840 steeg het aantal doden met 30 voor elke 1000 arbeiders die opgeroepen waren om cultuurarbeid te verrichten.

Cultuurstelsel was een financieel succes

In het Nederlandse cultuurstelsel op Java moest een groot deel van de Javaanse boeren gedwongen arbeid leveren voor de cultivering van tropische gewassen zoals suiker, koffie, tabak, thee en indigo. Vanuit het Nederlandse perspectief was het cultuurstelsel een groot succes: de export van deze gewassen uit Nederlands-Indië nam een enorme vlucht en de Nederlandse overheid maakte gigantische winst met de verkoop van deze producten.

Tea plantation Java

Een conservatieve schatting van de nettowinst – het zogeheten batig slot – die direct naar de Nederlandse staatskas vloeide in de jaren 1850, laat zien dat dit bedrag goed was voor bijna 4 procent van het BBP en meer dan 50% van de totale staatsinkomsten. Dit is al uit eerder onderzoek gebleken. Een deel van dit geld werd ingezet om infrastructuur te bouwen en belastingen in Nederland te verlagen. Het cultuurstelsel heeft zodoende een belangrijke bijdrage geleverd aan de ontwikkeling van de Nederlandse economie in de negentiende eeuw.

Zware wissel

Maar het stelsel trok een zware wissel op de lokale samenleving. Tijdens het hoogtepunt in 1840 moesten er meer dan 1,1 miljoen mensen gedwongen cultuur-arbeid leveren; een aantal dat goed is voor circa 11 procent van het totaal aantal inwoners op Java. De Zwart, Gallardo-Albarrán en Rijpma hebben uit secundaire en primaire bronnen data verzameld over hoeveel arbeiders er per residentie (de grootste administratieve eenheid van Nederlands-Indië, verglijkbaar met een provincie) ieder jaar te werk werden gesteld in het cultuurstelsel, tezamen met informatie (per jaar, per residentie) over aantallen sterfgevallen, geboortes, en de nodige controlevariabelen.

Zowel Nederlandse koloniale ambtenaren als Javaanse elites (regenten, districts- en dorpshoofden) werden gestimuleerd om de productie op peil te houden via de zogeheten kultuurprocenten, waarbij ze beloond werden met een deel van de winsten van de verkoop. Op die manier konden vrije marktprijzen van bijvoorbeeld koffie en suiker (veruit de belangrijkste producten van het cultuurstelsel) in Amsterdam invloed uitoefenen op de gevraagde arbeid op Java.

Marktprijzen, gedwongen arbeid en sterftecijfers

De analyses in het onderzoek suggereren dat er een verband bestaat tussen de marktprijzen voor koffie en suiker in een bepaald jaar, en de aantallen gedwongen arbeiders het jaar daarop, en, via die aantallen gedwongen arbeiders, met het ruwe sterftecijfer in de verschillende Javaanse residenties. Omdat het niet mogelijk is dat de sterfte in een Javaanse residentie invloed heeft op de suiker-/koffieprijs in Amsterdam het jaar daarvoor, suggereert dit dat er een causaal verband was dat liep van gedwongen arbeid naar sterfte.

Wat verklaart de relatie tussen gedwongen cultuurarbeid en sterfte? De bronnen zijn beperkt – het deed je carrière als koloniaal ambtenaar immers geen goed om daarover te rapporteren. Maar de informatie die de onderzoekers naar boven hebben gehaald hebben, suggereert dat de condities op plantages gunstig waren voor de verspreiding van besmettelijke ziekten. Grote groepen arbeiders leefden dicht op elkaar in onhygiënische omstandigheden en slechte huisvesting. Als gevolg van slechte voeding waren deze arbeiders bovendien kwetsbaarder om ziek te worden. Doordat sommige arbeiders dagelijks pendelden tussen hun eigen dorp en de plantage, en anderen op de plantage verbleven en pas na langere tijd weer naar hun eigen dorp gingen dat veel verder weg lag, konden ziektes zich verspreiden over een groter gebied.

De menselijke kosten van het cultuurstelsel op Java waren aanzienlijk
Pim de Zwart

Historicus Pim de Zwart (WUR) concludeert: “Ons onderzoek laat dus zien dat de menselijke kosten van het cultuurstelsel op Java aanzienlijk waren. Het is daarom van belang om niet alleen aandacht te hebben voor het economisch belang van koloniale activiteiten voor Nederland, maar ook oog te hebben voor de sociale, economische en demografische gevolgen ervan in de voormalige koloniën.”