Nieuws

Getijde beïnvloedt verspreiding bruinvissen en grijze dolfijnen

Gepubliceerd op
17 februari 2014

Rond het eiland Bardsey in de Cardigan Baai in Wales leven zowel bruinvissen als grijze dolfijnen. Toch zul je deze twee kleine walvisachtigen niet gauw samen zien; grijze dolfijnen zwemmen vooral ten westen van het eiland, terwijl bruinvissen vooral aan de oostkant te vinden zijn. Daarnaast maken ze op verschillende momenten gebruik van het zeewater rond het eiland. Dit blijkt uit onderzoek waarover onlangs is gepubliceerd in PloS ONE.

Foto: Grijze dolfijn / Risso's dolphin (Grampus griseus) (© Marijke de Boer)

Het verschil in verspreiding wordt veroorzaakt door verschillen in de voorkeur voor bepaalde omgevingsfactoren; zoals de gelaagdheid van het water en de diepte. Daarnaast spelen ook tijdelijke factoren een rol, die veroorzaakt worden door het getij, de maanstand, dag-/nachtcycli en de seizoenen.

Speciale omstandigheden rondom het eiland Bardsey

De stroming rond het Engelse eiland is zeer sterk. Aan de westkant is het water daardoor gemengd, terwijl het aan de oostkant juist gelaagd is. Dit verschil wordt ook sterk door de wind beïnvloed. Doordat het eiland als het ware een obstakel vormt voor de getijdenstroom door de Ierse Zee, ontstaan er maalstromen en fronten. Deze omstandigheden kunnen leiden tot concentraties prooisoorten en hun predatoren, zoals zeezoogdieren. Bruinvissen (Phocoena phocoena) en grijze dolfijnen (Grampus griseus, ook wel gramper of Risso’s dolfijn genoemd) zijn de meest voorkomende zeezoogdiersoorten rond het eiland.

Omgevingsfactoren

Het kerngebied van de grijze dolfijnen ligt ten westen en van bruinvissen ten oosten van het eiland. Dit verschil in verspreiding wordt vooral veroorzaakt door omgevingsfactoren zoals de gelaagdheid van het water en variatie in stroomsnelheid. Grijze dolfijnen komen vooral veel in gebieden waar weinig variatie in stroomsnelheid is. Bruinvissen kiezen voor water met een sterke gelaagdheid in temperatuur. Grijze dolfijnen hebben dan weer juist een voorkeur voor meer gemengde wateren. Ook topografische factoren spelen een rol in de verspreiding. Bruinvissen zwemmen het meest in water van ongeveer 14 meter diepte of dieper dan 30 meter, terwijl grijze dolfijnen vooral in waterdiepten tussen de 20 en 30 meter worden gezien. Bruinvissen kiezen daarbij voor zeebodems waarvan de helling op het noorden gericht is, terwijl grijze dolfijnen vooral op zuidelijk gerichte zeebodems te vinden zijn.

Cyclische factoren

Uit het onderzoek blijkt ook dat bruinvissen en grijze dolfijnen het gebied op andere momenten gebruiken. Bruinvissen komen vooral net na laag water naar het gebied en worden met name tijdens doodtij gezien. Wanneer het eb is zwemmen er vooral grijze dolfijnen rond het eiland, net als aan het einde van de middag. Ook het seizoen speelt een rol. Bruinvissen werden vooral in augustus gezien, terwijl grijze dolfijnen er het jaar rond zijn.

Meer ecologische kennis leefgebied bruinvissen en grijze dolfijnen

Door dit onderzoek is er niet alleen meer ecologische kennis opgedaan over de verspreiding van bruinvissen en grijze dolfijnen rond Bardsey. Door de relatie te leggen tussen het voorkomen van deze dieren en de omgevingsfactoren, is het nu mogelijk om ook elders potentieel belangrijke leefgebieden voor deze soorten te identificeren.

De analyses en publicatie van deze studie werd uitgevoerd door Marijke de Boer, Geert Aarts en Peter Reijnders, met medewerking van Mark Simmonds van de Whale and Dolphin Conservation (UK).

The Influence of Topographic and Dynamic Cyclic Variables on the Distribution of Small Cetaceans in a Shallow Coastal System.