Nieuws

Gewassen bieden slechts beperkte alternatieven voor ecologische aandachtsgebieden

Gepubliceerd op
8 mei 2014

Het Gemeenschappelijk Landbouwbeleid (GLB) van de EU schrijft voor dat agrariërs vanaf 2015 vergroeningsmaatregelen nemen en 5% van hun bouwlandareaal omzetten in zogenaamde ‘ecologische aandachtgebieden’. Daarbij kunnen ze kiezen uit een aantal opties waaronder landschapselementen, akkerranden, bufferstroken en stikstofbindende gewassen. Het ministerie van Economische Zaken heeft Wageningen UR gevraagd een inventarisatie uit te voeren naar de ecologische waarde van landbouwgewassen. Lidstaten mogen namelijk voorstellen doen voor alternatieve maatregelen als deze leiden tot een gelijkwaardig resultaat.

Uit de studie blijkt dat alleen wilg, olievlas, boekweit en de meerjarige eiwitgewassen luzerne, esparcette, rode klaver en rolklaver enige bijdrage kunnen leveren aan de vergroening. Deze is echter beperkt in vergelijking met de oorspronkelijk door de EU beoogde vergroening in ecologische aandachtsgebieden. Eenjarige eiwitgewassen blijken geen bijdrage te leveren aan de vergroening.

Of er met de teelt van wilg, olievlas, boekweit en de meerjarige eiwitgewassen daadwerkelijk een bijdrage gerealiseerd wordt voor biodiversiteit, milieu en klimaat hangt ook nog af van de beheersmaatregelen (bijvoorbeeld tijdstip van maaien i.v.m. bloei), stellen de onderzoekers in hun rapport Evaluatie van gewassen als mogelijke equivalente maatregel voor ecologische aandachtsgebieden in het nieuwe GLB.

Equivalente maatregel

Stikstofbindende (eiwit)gewassen en hakhout (wilg) zijn door de Europese Commissie onder voorwaarden al toegestaan voor invulling van ecologische aandachtsgebieden. Andere gewassen kunnen alleen als ‘equivalente maatregel’ in aanmerking komen als ze geteeld worden zonder gebruik van meststoffen en gewasbeschermingsmiddelen.

Inventarisatie 23 gewassen

Van in totaal 23 gewassen hebben de onderzoekers aspecten geïnventariseerd over teelt (areaal, productie, saldo), milieu en klimaat (o.a. nutriëntengebruik), gebruik van gewasbeschermingsmiddelen, biodiversiteit (diversiteit aan kruiden, bloembestuivers, vogels, kleine zoogdieren, functionele agrobiodiversiteit) en landschappelijke en cultuurhistorische waarde. De gewassen zijn onderzocht op drie scenario’s:

  • Scenario 1: geen inzet van gewasbeschermingsmiddelen en meststoffen
  • Scenario 2: wel inzet van gewasbeschermingsmiddelen, maar geen meststoffen
  • Scenario 3: inzet van zowel gewasbeschermingsmiddelen als bemesting.

Bijdragen aan biodiversiteit, klimaat en milieu

Het ministerie van Economische Zaken vroeg Wageningen UR een lijst met gewassen te onderzoeken om voorbereid te zijn op mogelijke verzoeken vanuit de landbouwsector om bepaalde gewassen aan te melden als ‘equivalente maatregel’. Lidstaten mogen namelijk bij de Europese Commissie voorstellen doen voor ‘equivalente maatregelen’ mits die leiden tot hetzelfde resultaat voor biodiversiteit, klimaat en milieu als de Europees afgesproken maatregelen.

De uitkomsten uit deze studie zullen door het ministerie worden gebruikt als input voor de brief die de Staatsecretaris in mei 2014 naar de Tweede Kamer zal sturen over de nadere invulling van het GLB in Nederland.