Goede fosfaatbenutting door vee vooral nu belangrijk

Nieuws

Goede fosfaatbenutting door vee vooral nu belangrijk

Gepubliceerd op
21 mei 2015

Nederland kent een fosfaatplafond. Als de veestapel boven dit plafond produceert, komt de derogatie in gevaar. De melkveehouderij levert een belangrijke bijdrage aan de fosfaatproductie in de vorm van mest. De vrees bestaat dat via een groeiende melkveestapel het plafond overschreden wordt. Om een verder oplopende fosfaatproductie te voorkomen, is het belangrijk dat de gevoerde fosfaat goed wordt benut.

Koeien & Kansen-cijfers van 2014 laten zien dat er nogal wat variatie in de benutting van fosfaat uit voer zit. Gemiddeld realiseerden de Koeien & Kansen veehouders een fosfaatbenutting met het vee van 32 procent.

Goede fosfaatbenutting steeds belangrijker

Nederland heeft met de EU afgesproken dat de totale veestapel niet meer dan 172,9 miljoen kg fosfaat met dierlijke mest mag produceren. Dit is de productie die in 2002 werd gerealiseerd. De melkveestapel produceerde in Nederland toen 84,9 miljoen kg fosfaat. Begin 2015 gepubliceerde CBS-cijfers van 2014 (voorlopig, op basis van mutaties vee) laten zien dat de fosfaatproductie met mest steeds dichter bij het genoemde plafond komt. FrieslandCampina meldt voor april al een productiestijging van meer dan 5 procent ten opzichte van april vorig jaar, toen de productie ook al sterk was gestegen. Door deze extra melkproductie, zal de voederbehoefte en de mestproductie toenemen. Om te voorkomen dat meer melk produceren leidt tot een sterke stijging van de fosfaatproductie, is efficiënter omgaan met voer en met fosfaat in voer erg belangrijk.

Benutting fosfaat door vee bij Koeien & Kansen

Figuur 1: Fosfaatbenutting van het vee op de Koeien en Kansen-bedrijven in 2014, bedrijven gesorteerd van extensief naar intensief.
Figuur 1: Fosfaatbenutting van het vee op de Koeien en Kansen-bedrijven in 2014, bedrijven gesorteerd van extensief naar intensief.

Om een indicatie te krijgen van de benuttingsmogelijkheden is in figuur 1 een overzicht gegeven van de fosfaatbenutting van het vee op Koeien & Kansen bedrijven in 2014. De weergegeven bedrijven zijn gesorteerd op intensiteit. Bedrijf 1 heeft een intensiteit van 10.500 kg melk/ha en bedrijf 15 van 29.000 kg melk/ha. De gemiddelde benutting op deze bedrijven was in dat jaar 32 procent. Dat wil zeggen dat 32 procent van de fosfor die in dat jaar gevoerd is, is omgezet in melk en vlees. De rest is in de mest terechtgekomen.

Variatie in fosfaatbenutting is groot

Tussen bedrijven is overigens een behoorlijke variatie in benutting te zien. Bedrijf 1 heeft bijvoorbeeld een fosfaatbenutting van 26 procent, terwijl bedrijf 11 een benutting van bijna 35 procent heeft. De rantsoensamenstelling bepaalt voor een belangrijk deel de benutting. Vooral voedermiddelen met veel energie en beperkt fosfor verhogen de fosfaatbenutting. Dit betreft bijvoorbeeld voedermiddelen als maïs, perspulp of bijproducten met een laag fosforgehalte. De bedrijven met de hoogste benuttingspercentages (3, 9 en 11) zitten op 25 tot 40 procent maïs in het rantsoen terwijl de bedrijven met een lage benutting (1, 15) niet meer dan 15 procent maïs in het rantsoen hebben, maar wel meer dan 50 procent gras (kuil en vers gras). Toch lukt het niet iedereen om met een hoog aandeel maïs een hoge fosfaatbenutting te realiseren. Bedrijf 5 heeft 36 procent maïs in het rantsoen en ‘maar’ een fosfaatbenutting van 30 procent.

Mogelijkheden om fosfaatexcretie te beperken

De variatie in resultaten van de Koeien & Kansen-bedrijven laat zien dat een verbetering van de fosfaatbenutting mogelijk is. Niet alleen door gebruik van fosforarme voedermiddelen, maar ook door een lage jongveebezetting en een hoge melkproductie per koe. Er zijn binnen de Nederlandse melkveehouderij dus verschillende mogelijkheden om de fosfaatexcretie te beperken via verbetering van de fosfaatbenutting door het vee.
Door bewust te voeren en te managen, hoeft meer melk produceren niet automatisch te leiden tot een forse toename van de fosfaatexcretie uit dierlijke mest op een bedrijf.