Nieuws

Graasdierpremie goed voor biodiversiteit en landbouw in het nieuwe GLB

Gepubliceerd op
12 februari 2014

Door het faciliteren van begrazingsdiensten via een graasdierpremie levert het Gemeenschappelijk Landbouw Beleid (GLB) een bijdrage aan de biodiversiteit op marginale gronden en worden agrarische sectoren (schapen, zoogkoeien) in kwetsbare gebieden in stand gehouden. Dit is goed voor de vergroening en legt slechts een beperkt beslag op het nationale budget. Dit blijkt uit onderzoek van LEI Wageningen UR.

Omdat een graasdierpremie relatief weinig beslag legt op het beschikbare budget, gaat het nauwelijks ten koste van hectarebetalingen en kan het juist goed met een hectarebetalingssysteem (basispremie en vergroeningpremie) worden gecombineerd. Het nieuwe GLB voorziet in een betaling per hectare landbouwgrond.

Het LEI heeft in opdracht van het ministerie van Economische Zaken geïnventariseerd welke grond als landbouwgrond en niet-landbouwgrond kan worden gedefinieerd. Verder is nagegaan wat de consequenties zijn van het werken met één of met verschillende  hectarebetalingen per gebied, waarbij onderscheid is gemaakt in  landbouwgrond, natuurgrasland, natuur met mogelijk landbouwkundige activiteit en overige natuur. Ook is bekeken hoe met behulp van een graasdierpremie met daaraan gekoppelde begrazingsovereenkomsten het GLB een bijdrage zou kunnen leveren aan vergroening en natuurbeheer op niet-landbouwgronden.

De toeslag per hectare betreft in eerste instantie de gronden die de bedrijven nu in gebruik hebben voor hun agrarische activiteiten, ofwel de reguliere landbouwgronden. Echter, er zijn ook een aantal ‘grensgevallen’ denkbaar van gronden die niet het karakter van reguliere landbouwgrond hebben, maar die wel kunnen worden gebruikt en ook daadwerkelijk al in een bepaalde mate worden gebruikt voor agrarische activiteiten.

Mede op basis van de concept-rapportage heeft de staatssecretaris van Economische Zaken er voor gekozen een graasdierpremie te introduceren op natuurgronden.