gralsnd

Nieuws

Grasland aanrollen dodelijk voor engerlingen

Gepubliceerd op
1 juli 2015

Het is mogelijk om engerlingen in grasland op een acceptabele en duurzame manier te beheersen. Ook zijn er nieuwe oplossingen aangedragen voor akkerbouwers die grasland huren om er na het scheuren aardappels op te verbouwen. Dit zijn de belangrijkste conclusies uit het praktijknetwerk “Duurzame aanpak engerlingen”.

Op 9 juni jl. werd de slotbijeenkomst gehouden waar  de ervaringen tussen de telers en de deelnemende partijen werden gedeeld. De meest opvallende resultaten kwamen uit de aanrol-demonstraties op grasland met dikke meikever-engerlingen. In juni werden al dodingspercentage van 47% bereikt. In augustus werd duidelijk dat zelfs 100%  doding haalbaar is, wanneer de engerlingen hoog in de bodem zitten en frequent (viermaal kruislings) worden aangerold. Op Proefboerderij De Marke pakte het goed uit, maar op een andere grond viel het effect tegen. Hier ligt een uitdaging om de aanpak te verbeteren. Vochtigheid, timing, frequentie, rijsnelheid, druk, drukprofiel, grondsoort, grastype, soort en stadium van de engerling zijn allemaal van invloed op het resultaat.

Mechanische grondbewerking op het juiste moment

Mechanische grondbewerking is voor engerlingen funest, mits op het juiste moment toegepast. Geopperd is om reeds beschadigd grasland in augustus intensief te frezen, waardoor het geschikter is voor een volgende aardappelteelt. De huidige wetgeving maakt het op dit moment echter niet mogelijk vanwege een directe herinzaai-plicht na het scheuren. De aardappelteler kan op verschillende momenten beoordelen of een aardappelteelt op een voormalig graslandperceel wenselijk is. Bij de veehouder kan naar de graslandhistorie worden gevraagd. Ook kan hij in augustus en september zelf eventuele schade aan de grasmat beoordelen. In het voorjaar kunnen monsters worden gestoken, maar ook het ploegen kan een goede indruk geven of een aardappelteelt verantwoord is. Desnoods kan het productiedoel van de aardappelteelt nog worden aangepast.

Methoden getoetst tegen engerlingen

In het project zijn verschillende methoden uitgeprobeerd. Er is bijvoorbeeld ook naar natuurlijke vijanden gekeken. De gewone keverdoder parasiteert op engerlingen. Met wilde peen, en mogelijk andere schermbloemigen, kan de populatiegroei van deze parasieten gestimuleerd worden.  Een overdosis aan insect-parasitaire aaltjes leverde in de tellingen geen enkele levende engerling van de rozenkever op. Dit was wel het geval bij de hoogste geadviseerde dosis. Ook hier komt het dus neer op een uitgekiende toepassing. Afzuigen van rozenkevers – op zonnige dagen komen veel rozenkevers boven in het gras voor – en meer aandacht voor de grasmat, het vangen van engerlingen met lichtvallen en vele andere maatregelen zijn besproken. Er liggen met deze maatregelen mogelijkheden voor de praktijk om de beste strategie per bedrijf te bepalen.