Grenzen voor meststoffen en veranderingen in klimaat, landgebruik en biodiversiteit wereldwijd overschreden

Nieuws

Grenzen voor meststoffen en veranderingen in klimaat, landgebruik en biodiversiteit wereldwijd overschreden

Gepubliceerd op
15 januari 2015

Wereldwijd wordt de grens overschreden voor de toediening van meststoffen. Samen met andere factoren brengt dit de stabiliteit van het systeem aarde in gevaar. Dat blijkt uit een internationaal onderzoek naar wereldwijde grenzen (planetary boundaries) voor negen factoren dat vandaag is gepubliceerd in het wetenschappelijke tijdschrift Science. Voor de factor meststoffengebruik droeg prof. Wim de Vries van Wageningen Universiteit bij aan deze publicatie. De resultaten worden gepresenteerd op het World Economic Forum in Davos (21-24 januari).

In 2009 publiceerde het tijdschrift Nature een opiniërend artikel waarin het concept van planetary boundaries (wereldwijde grenzen) werd geïntroduceerd. Er werden negen factoren  onderscheiden die tezamen de veerkracht en stabiliteit van het systeem aarde bepalen, te weten klimaatverandering, afname van de biodiversiteit, landgebruikverandering, toename van gebruik van zoet water, vermindering van de stratosferische ozonlaag, verzuring van de oceanen, toevoer van stikstof en fosfaat, emissies van fijnstof naar de atmosfeer en de toevoer van  toxische stoffen aan het milieu. Overschrijding van (wereldwijde) grenzen aan deze factoren door menselijke activiteiten kan tot destabilisatie leiden door complexe interacties tussen land, oceaan en atmosfeer, met schadelijke gevolgen voor het leven, waaronder de mens zelf.

Planetary boundaries

In een vandaag verschenen artikel in Science zijn voor deze negen onderzochte probleemgebieden nieuwe gegevens gepubliceerd waaruit planetary boundaries met een hogere mate van zekerheid zijn afgeleid. Voor twee kernproblemen (klimaatverandering en afname biodiversiteit) blijken nu wereldwijde grenzen te zijn overschreden. Dat geldt ook voor landgebruikverandering en voor de hoeveelheden stikstof en fosfaat op landbouwgronden.

Stikstofuitstoot

Aan de studie werd bijgedragen door een internationaal team van 18 onderzoekers waaronder Wim de Vries van Wageningen University. Hij deed de studie naar een wereldwijde grens voor stikstofgebruik, in samenhang met fosfaatgebruik. De grote toename in de stromen stikstof en fosfor in de wereld is voornamelijk een gevolg van de sterke stijging van de vraag naar voedsel. De voedselproductie is daardoor sterk toegenomen, maar de uitspoeling van stikstof en fosfaat naar het oppervlaktewater en kustwater heeft op veel plaatsen geleid tot een sterke vervuiling (eutrofiering of vermesting), wat kan leiden tot giftige algenbloei en in extreme situaties tot massale vissterfte. De uitstoot van verschillende vormen van stikstof naar de atmosfeer, in de vorm van ammoniak, stikstofoxiden en lachgas, draagt verder bij aan luchtverontreiniging, die schadelijk is voor de gezondheid. Tevens leidt die stikstofuitstoot tot achteruitgang van de biodiversiteit van gevoelige ecosystemen en draagt het bij aan klimaatverandering.

Reductie van meststoffen

De toevoer van stikstof en fosfaat is in grote delen van Noord-China hoog tot extreem hoog. Dat geldt in mindere mate ook voor centraal Noord-Amerika en West-Europa, terwijl omgekeerd in veel landen in Azië en Afrika juist meer bemesting nodig is voor de voedselproductie. Daar worden gronden uitgeput doordat er voedingstoffen aan de grond worden onttrokken, waardoor de bodem degradeert en in extreme gevallen volledig ongeschikt raakt voor voedselproductie. “Het veranderen van die verdeling is belangrijk, zegt Wim de Vries, ‘maar zelfs als de bemesting op wereldschaal ruimtelijk optimaal wordt toegediend, zal er waarschijnlijk nog sprake zijn van overschrijding van een wereldwijde grens voor stikstof. Dit laat zien dat een reductie van meststoffen op wereldschaal nodig is.” Die reductie is in zijn ogen alleen mogelijk door een combinatie van dieetverandering, waaronder een afname van de consumptie van dierlijke producten, en een sterke afname van stikstofverliezen bij toediening, alsmede door een vermindering van de voedselverspilling en door nutriënten in afval van mens en dier in veel sterkere mate te recyclen.