doodliggen groepskraamsystemen

Nieuws

Groepskraamsysteem: ontwikkeling van biggen en vleesvarkens

Gepubliceerd op
22 juni 2015

De uitval van biggen (m.n. als gevolg van doodliggen) voor het spenen is hoger bij de biggen die in een groepskraamsysteem gehouden worden (GHV biggen), dan bij de controlebiggen in een traditioneel kraamhok. De GHV biggen adapteren wel beter na het spenen (hogere voeropname en groei, meer spelgedrag en minder manipulatief gedrag), waardoor ze een hoger gewicht hebben bij opleg in de vleesvarkensstal. Dit blijkt uit onderzoek naar de ontwikkeling (groei, voeropname, gezondheid en gedrag) van biggen die opgegroeid zijn in een groepskraamsysteem of in een traditioneel kraamhok (controle). Het onderzoek is uitgevoerd door Wageningen UR in opdracht van het Ministerie van Economische Zaken.

De GHV biggen bleven na spenen op 4 weken leeftijd in een groep van 40 biggen bij elkaar in een verrijkt hok. De controlebiggen zijn na spenen als toom bij elkaar gehouden in een gangbaar hok met 10 biggen. Het aantal uitgevallen biggen tijdens de zoogperiode, m.n. het aantal doodgelegen biggen in het werphok in de eerste dagen na geboorte, was significant hoger bij de GHV kraamzeugen dan bij de controlezeugen (3,2 versus 1,5 uitgevallen big). Na spenen namen de GHV biggen meer voer op (0,70 versus 0,58 kg/d) en groeiden sneller (472 versus 381 g/d) dan de controlebiggen waardoor ze op 9 weken leeftijd 3,4 kg zwaarder waren (25,4 versus 22,0 kg). De voederconversie verschilde niet tussen de twee groepen biggen.

De GHV biggen vertoonden zowel voor het spenen als na het spenen significant minder manipulatief gedrag dan de controlebiggen en meer spelgedrag. Manipulatief gedrag bestaat uit kauwen op een lichaamsdeel van een andere big zoals kauwen op de oren en staarten. Er waren geen verschillen in technische resultaten en slachtkwaliteit tussen vleesvarkens opgegroeid in een groepskraamsysteem of in traditionele kraamhokken.

Het groepskraamsysteem had vijf werphokken en een gezamenlijke ruimte. Voor  het werpen werden de zeugen ’s nachts individueel gehuisvest in de werphokken. Na het werpen hadden ze onbeperkt toegang tot de gezamenlijke ruimte. De biggen bleven de eerste dagen na geboorte in hun eigen werphok. Vanaf de dag dat de jongste toom in de afdeling 6 dagen oud was, mochten ook de biggen naar de gezamenlijke ruimte en konden ze met de zeugen mee eten in de eetruimte. In de traditionele hokken waren de zeugen individueel gehuisvest in een kraambox. Bij opleg in de vleesvarkensstal op een leeftijd van 9 weken zijn alle biggen opgelegd in traditionele vleesvarkenshokken met 12 dieren per hok.